De kinderen van Ruinerwold …

Laat ik beginnen met mijn respect te tonen voor deze kinderen. Je gezicht laten zien is niet perse iets wat je graag doet, en al helemaal niet als je een heftig verhaal te vertellen hebt. Om er toch voor te kiezen het verhaal te vertellen, is moedig. En ze vertellen het verhaal niet om aandacht te krijgen, maar om het echte verhaal neer te zetten. Want als je kijkt wat tv presentatoren doen met een dergelijk verhaal, dan krijg je echt plaatsvervangende schaamte. Als of je naar Amerikaanse – over de top – presentatoren kijkt. De emoties worden flink aangedikt en de waarde van wat ze vertellen levert alleen maar vraagtekens op.

Veel mensen hebben niet door dat je jeugd een belangrijk onderdeel is van je leven. Als daar iets misgaat, dan draag je dat voor de rest van je leven met je mee. Of je dat nu wilt of niet. Als je als kind iets meemaakt wat niet standaard is, zal het voor jou juist wel standaard zijn. Alles wat je hoort, ziet en ervaart in je jeugd is de ‘waarheid’. Pas als je wat ouder wordt ga je in zien, dat wat jouw waarheid is, misschien niet zo normaal is. En als dat zo is, wat doet dat met je als mens?

100 jaar geleden zou dit verhaal nooit naar buiten zijn gekomen. Je bemoeide je niet met wat er binnen het huis van een ander gebeurde. Ook wist men niet wat normaal en niet normaal echt was. Tuurlijk waren er wel dingen gaande die niet door de beugel konden. En had je mensen die er voor zorgden dat kinderen naar een veiligere omgeving werden gebracht.
Maar als er niet echt iets heftigs zichtbaar was, dan liet je het gewoon gaan.

Tegenwoordig moet je als gezin oppassen om niet betiteld te worden als een fout gezin. Er zijn meer lijnen dan vroeger. Je kan als buurt zijnde sneller iets inzien en ergens aangeven. Niet dat er dan een juiste hulp gegeven gaat worden, maar er kan iets worden gesignaleerd.
Er valt nog veel te leren over een juiste zorg geven aan iemand, die uit een gezin komt, waar het niet goed gaat.

Door de oudste kinderen van Ruinerwold kunnen we nu iets leren.
Hoe vang je kinderen op, die om hulp vragen? Welke hulp schakel je in? Wat moet je wel of niet doen als hulpverlener?
Ondanks dat de vier oudsten een leven proberen te creëren, hebben ze nog genoeg issues waar aandacht aan gegeven dient te worden.

Elk kind is niet hetzelfde. De één maakt sneller vrienden dan een ander. De één kan sneller iets opzij drukken dan een ander. Kunnen studeren is al een ding op zich. Want tijdens een studie leer je andere mensen kennen. Met andere verhalen, leukere verhalen dan jij hebt gehad. Daar ga je als mens over nadenken. Je wilt antwoorden. Maar ondertussen moet je ook uit de boeken leren, om je diploma te krijgen. Dat is psychisch erg zwaar.

Als je gevoelig bent voor depressies, dan wordt het dubbel zwaar. Je brein wil antwoorden, wil weten hoe het allemaal zit. Het wil veranderen wat verandert kan worden. En dan loop je vast. Want je komt er achter dat het helemaal niet zo makkelijk is. Veranderen wat je in je jeugd hebt geleerd is hetzelfde als je zelf opnieuw opvoeden. Weet dat dan dat een opvoeding minimaal 15 jaar in beslag neemt. Tegen de tijd dat je jezelf ietwat op de rit hebt, ben je de dertig voorbij.

Ondertussen gaat de maatschappij gewoon door. Je moet van alles doen. Zorgen dat je huisvesting hebt. Zorgen dat je een goede diploma hebt, om werk te doen waar je je goed bij voelt. Je krijgt allerlei rekeningen op je deurmat die betaald moeten worden. Er zijn mensen om je heen, die van alles ondoordacht zeggen. Niet weten wat je geschiedenis is. En waardoor je zomaar weer onderuit gehaald kan worden. Je moet jezelf leren beschermen tegen dit soort dingen.

Ik heb de documentaire bekeken en ben geschrokken van hoe mensen kunnen reageren. Ik weet wel dat de mens op zich nieuwsgierig is. We willen weten hoe het met ons mensen gaat. Maar als je hoort, dat iemand vind dat het iets publiekelijk is, en dus recht heeft om te weten wat er is gebeurd, poeh, dat is gewoonweg stom. Ik zou zo’n iemand gewoon een slag aan de oren willen geven.
Wij hebben het recht NIET om te willen weten wat er bij een ander speelt. Het is aan de persoon zelf of hij of zij dit wil vertellen. Of het nu in het nieuws komt of verstopt blijft, wij mogen niet zomaar in iemands leven gaan zitten peuteren naar informatie die we willen weten.

Ik zie tijdens de documentaire kinderen die psychisch in een manier van denken zijn geduwd. Het proberen van indoctrineren. Een man die zijn denkwijze wil opleggen bij zijn kinderen. En dan zie je dat dat niet zomaar kan. Want hoe ouder het kind wordt, des te meer krijgt het kind andere ideeën. Je kan als mens lang braaf iets blijven volgen. Maar er komt een punt, dat als jij er gevoelsmatig niet mee eens bent, je er over gaat nadenken.
Pas als je uit een situatie bent, leer je beter nadenken. Je krijgt andere informatie binnen. Hoe gaat het bij andere gezinnen? Hoe denken zij? Hoe doen zij? Hoe zijn zij? Waarom is dat anders dan hoe jij het hebt beleefd? Wat is juist? Wat is niet juist? Vragen die simpel te stellen zijn, maar absoluut niet simpel te beantwoorden zijn.

De kinderen van Ruinerwold zullen hun leven lang belast zijn met hun verleden. De één zal het misschien wat beter doen dan de ander, want elke persoon, broer of zus, heeft een ander karakter. Maar ze zullen het nooit kunnen vergeten.
En zelfs als het goed gaat, kan er zomaar een opmerking, een geur, een beeld, ze van slag brengen.

Ik hoop dat ze in de toekomst allemaal zoveel mogelijk kunnen verwerken waar zij door zijn gegaan. Dat ze toch een soort van familie kunnen vormen. Dat hun verleden in een fotoalbum gezet kan worden, waarbij ze zelf kunnen bepalen of ze er willen inkijken of niet. Ik wens ze een mooi leven toe. Ik wens hun vrienden die er voor hun zijn in moeilijke tijden. Ik wens voor hun een baan of iets dergelijks waardoor ze een leuk leven kunnen opbouwen. Ik wens hun al de onvoorwaardelijke liefde die ze nodig hebben.

Met een speciale vriendelijke groet aan de kinderen van Ruinerwold,

Mel

Bedankt voor uw brief Jan Hoek uit Rotterdam …

Dank je wel meneer Hoek. U vertelt wat ik al de hele tijd denk over de jongeren en andere mensen die zo moeilijk doen tijdens deze Corona periode. En dat zeg ik, terwijl ik nog nooit een oorlog heb meegemaakt. Vergeleken bij u heb ik 47 jaar in volledige vrijheid kunnen leven. 
Daarbij heb ik een zorgeloze jeugd beleefd. En kan ik me nauwelijks mijn eindexamen herinneren, laat staan dat we een ‘Bal’ hadden. 

Deze corona periode is voor mij hetzelfde als alle andere perioden. Voor mij is alleen het verschil, dat als ik boodschappen ga doen, ik nu een grote winkelkar moet meenemen, terwijl ik normaliter alles in een mandje kan doen, of in de hand kan houden. En dat ik me erger aan mensen, die zich niet houden aan de anderhalve meter afstand. Want daaruit blijkt gewoon dat ze geen respect hebben voor andere mensen.
Ze hebben geen respect voor mensen die angstig zijn, geen respect voor mensen die kwetsbaar voor deze corona virus zijn. Dus geen respect voor mensen in het algemeen, ze denken alleen aan zich zelf en hun eigen ‘beperkingen’.

Mijn eigen ‘beperkingen’ bestaan uit de ziekte van Crohn en Asperger. Zolang ik me maar aan mijn eigen regeltjes houd, heb ik weinig last van de maatschappij. En mijn regeltjes zijn voornamelijk, niet reageren op mensen die gelijk overal moeilijk en lastig over doen, terwijl er nog niets aan de hand is.
Momenteel is dat vrij lastig voor mij, want daaraan merk ik, dat deze periode ietwat anders is dan normaal.

Ik zelf ben niet zo bang om deze virus te krijgen. Maar ik ben wel bang dat mensen, waar ik van houdt, deze ziekte krijgen, aangezien daar een paar kwetsbare personen tussen zitten, die het virus nauwelijks zullen overleven. En als ze het wel overleven, hebben ze nog een lang herstel te gaan. Dat gun ik ze absoluut niet.

Ik merk weinig van deze Covid-19 periode, want ik heb geen betaalde baan. Aangezien ik niet in aanmerking kom voor een betaalde baan, doordat ik door mijn ziekte van Crohn en Asperger geen continuïteit kan bieden. Ik kan de baas niet beloven, dat ik elke ochtend om 8 uur op het werk aanwezig zal zijn. Laat staan dat ik de avond ervoor weet, of ik de volgende sowieso kan werken. En dit heeft niet altijd met mijn Crohn te maken. Want soms ben ik gewoon ook van slag door mijn Asperger, waardoor ik geen ruimte in mijn hoofd heb, om te kunnen werken onder ‘algemene arbeidsomstandigheden’…!!!

Ik werk wel, maar als vrijwilliger. Ik werk met en voor mensen met een geestelijke beperking. Voor hun is het pas echt lastig. Ze begrijpen niet waarom ze niet meer mogen meehelpen in de keuken. Iets waar hun verantwoordelijkheid, kennis en kunde worden geprezen. Ze begrijpen niet waarom ze nog niet weer mogen sporten, terwijl ze wel meekrijgen dat andere groepen mensen steeds meer dingen mogen. En waarom mogen jongeren van alles, en mogen zij niets?

Ik had uw brief nog helemaal niet gelezen, laat staan dat ik wist van het bestaan ervan.
Ik las vanochtend de reacties van jongeren die reageren op uw brief. Met ontsteltenis wel te verstaan. Want ik heb een plaatsvervangende schaamte voor hun reacties. Hoe durven ze. En deze jongeren, die zijn onze toekomst? En dan durven ze ook nog te zeggen;

“Ik snap het, meneer Hoek, u heeft het veel lastiger gehad. Maar wij hebben het ook lastig.”

Jongeren hebben maanden niet kunnen feesten en dat kan je het jongeren niet kwalijk nemen dat ze nu willen inhalen.”

Ik begrijp u, meneer Hoek. Maar ik hoop ook dat u mij begrijpt.”

Echt waar? Dat meen je niet pubers! Werkelijk! Jullie hebben nog niets meegemaakt, en nu al vinden jullie het ‘lastig’? 
En jullie willen gemiste feestjes inhalen?!?!?!!
En dan ook nog vragen om begrip van meneer Hoek? De beste meneer Hoek heeft jullie op een vriendelijke manier gevraagd, eens na te denken over jullie gedrag! Ik ‘begrijp’ dat jullie nog te jong zijn, om dit uit zijn brief te halen. Dat noemt men ‘tussen de regels door lezen’. 
Een beste schop onder jullie konten moeten jullie hebben. En jullie ouders moeten ook flink bij de oren gepakt worden. Werkelijk! Ik probeer woorden te vinden voor deze schaamteloze reacties. Maar terwijl ik daar naar zoek, word ik alleen maar bozer. En het is veel te warm om nu boos te zijn.

Dus terug naar u meneer Hoek. Dank u wel dat u de brief heeft geschreven. En sorry als het nog steeds niet binnen komt bij de jongeren van nu. Het enige dat we samen kunnen doen, is deze jongeren herhaaldelijk vertellen hoe dom c.q. naïef ze nu reageren. En hopelijk zullen ze zich diep schamen als ze straks wat ouder zijn, en dat ze begrijpen hoe vreeslijk stom ze zich in deze Corona Covid-19 periode hebben geuit en gedragen.

Met een lieve ondersteunende groet,

Mel

Lockdown perikelen …

Er zijn mensen die jaar in jaar uit thuis zitten, zelfs moeten zitten, omdat de maatschappij nog geen goede regelingen treft voor deze mensen.
Mensen die gehandicapt zijn, mensen met psychische klachten, mensen die niet het juiste werk kunnen vinden.
Zij weten allang wat het is om thuis te moeten blijven, en niet tot nauwelijks contact hebben met de buiten wereld.

Voor hun is het des te pijnlijker hoe de samenleving nu reageert op de lockdown door covid-19. Ze zien medelanders in de stress schieten en eisen dat daar wat aan gedaan wordt.
Al die jaren dat zij hun problemen melden bij allerlei instanties, werd er niets of nauwelijks iets aangedaan. Ze moesten maar aankloppen bij familie en vrienden.
Maar die vrienden en familie werken, en hebben geen tijd voor iemand die elke dag maar thuis zit.

Het zijn dan ook niet deze mensen die lastig doen. Zij zijn het die het juist heel goed begrijpen hoe belangrijk het is om nu met elkaar sterk te staan.
Ze snappen dat het niet goed is, dat kwetsbare mensen in gevaar worden gebracht.

Kan jij je voorstellen hoe boos ze nu zijn op die knurften die een demonstratie houden om van de lockdown af te komen? Of die domme gasten die lak aan de regels hebben, en anderen in gevaar brengen?

Ik zelf ben ook boos op deze mensen die zich niet kunnen houden aan de regels. Die denken dat het allemaal wel meevalt. Hebben deze mensen geen vrienden en familie die in het risico gebied zitten? Of maakt het hun niet uit dat er iemand uit hun persoonlijke leven komt te overlijden door covid-19. Hebben ze geen gevoel? Hebben ze alleen oog voor zichzelf?

En nu de maatregelen versoepelt worden, houd ik mijn hart vast. Want dit kan goed misgaan. Er is nog steeds geen middel tegen dit virus.
En al die knurften die niet nadenken, gaan dingen doen, waardoor het virus weer sneller verspreid gaat worden.

Nu er versoepelingen plaats vinden, waarvan de regering acht dat ze te doen zijn, zal er ook iets anders te zien zijn. Iets wat heel erg voorspelbaar is.
En het is iets menselijks. We komen automatisch weer dichter bij elkaar.
Al die regels, 1 juni, 1 juli… ze gaan doorelkaar gehaald worden.
Wel of geen mondkapje…. mensen maken hun eigen onveilige mondkapje.
Bedrijven die niet nadenken over de regels, gaan open, en zorgen voor toename van het virus.

Er zijn ook bedrijven die zich heel goed aan de regels houden. Er zijn mensen die ervoor zorgen dat iedereen zich aan de regels kan houden. Maar er zijn net zoveel bedrijven en mensen, die dat niet doen. Die net als kinderen, vergeten dat de regels er zijn, er anderen in gevaar brengen.

Ik begrijp niet dat dit beter gecommuniceerd wordt. De regering gaat er maar van uit, dat het grootste gedeelte zich er aan houdt, maar kaart niet aan, dat er ook een grote groep verwende knurften rondlopen, die het allemaal ‘niet meer aankunnen’…!

Deze knurften zijn mensen die in hun eigen wereldje leven. Ze kijken niet verder dan hun eigen ik. Ze kijken alleen naar hun eigen bankrekening. Ze zijn ook niet de mensen die anderen helpen. Ze zien alleen hun eigen beperking door de regels.
Deze mensen zouden eens moeten gaan kijken in de echte wereld.
Laat ze eens mee lopen in een zorgtehuis. Laat ze zien hoe onbegrijpelijk het is voor deze mensen. Kwetsbare mensen die niet begrijpen waarom de regels nu ineens zo moeten zijn. Dat ze niet meer mogen meehelpen in de keuken, dat ze niet naar hun werk mogen, dat ze niet meer mogen sporten. De angsten en zorgen leven continu in deze kwetsbare mensen, en de zorgverleners moeten 200% inzet leveren, om de gemoederen tot rust te brengen. Zover dat mogelijk is.

Deze knurften zouden eens naar mensen moeten luisteren, die altijd maar thuis moeten zitten, buiten covid om. Die dus thuis moeten zitten, omdat deze knurften alleen maar aan zich zelf denken, en geen oplossingen aandragen voor mensen die noodgedwongen thuis moeten zitten.
En deze groep mensen wil best werken, als er niet van die knurften waren, die overal over zeuren. Die het anderen moeilijk maken, zolang zij het maar goed hebben.

En knurften zeuren overal over. Hebben op hun manier het overal moeilijk mee, terwijl ze nooit ervaren hebben, wat het is om het echt moeilijk te hebben.

Het meest trieste is, dat we nu 75 jaar vrijheid vieren. We herdenken mensen die echt hebben geleden. Die echt geen vrijheid meer hadden. Die niet naar de winkel konden om hun boodschappen karretje vol te gooien, maar die alert moesten zijn, om niet opgepakt te worden. Mensen die hun eigen zekerheid op overleven opgaven om anderen te helpen. Mensen die hun vrijheid compleet verloren. Een nummer kregen en vastgehouden werden in erbarmelijke omstandigheden. Geen baan, geen geld, geen voedsel, geen kleding.
Dus dat beetje vrijheid beperking dat nu aan de orde is, is niets vergeleken bij die tijd dat we in een oorlog waren.
De bezetters van toen waren een virus en moesten aangepakt worden, en dat heeft de hele wereld samen gedaan.
En nog steeds lopen er van die menselijke virussen rond, die oorlog maken.
Die macht willen, ten koste van de gewone burger.

En nu is de hele wereld weer bezig om een virus de kop in te drukken.
Dus we zitten echt niet op die raddraaiende knurften die overal lak aan hebben.
We willen dat onze geliefden het overleven. We willen niet dat onze geliefden lijden. We hopen op een werkend middel, zodat we onze geliefden weer in de armen kunnen sluiten. Want iedereen heeft last van het niet hebben van contact met andere mensen.

Wat we nu zouden moeten doen, is leren van wat er nu gebeurd. We moeten inzien dat het belangrijk is om contact met elkaar te hebben. Dat wij mensen elkaar nodig hebben, en dat we niet zonder elkaar kunnen functioneren. En dat we buiten onze eigen persoonlijke wereldje moet kijken. Dat werken ook anders kan. Dat zorg voor je gezin belangrijker is dan werken. Dat de economie een boosdoener is, en ervoor zorgt dat we niet met elkaar in contact staan.
Er zijn nog veel meer dingen, die nu naar boven komen, en aandacht moeten hebben, om het welzijn in ons land te verbeteren.

Toch ben ik bang, dat we straks, als we alles weer mogen, op de oude toer verder gaan. Want de leiders; regering, grote bedrijven, knurftige bazen niet hun verantwoordelijkheid gaan nemen, en de onderdanen niet anders kunnen dan als van ouds verder te gaan.

Ik sluit af met een zeer vriendelijke groet, maar vooral met een groet van beterschap voor de mensen die er echt onder lijden.

Liefs,

Mel

Wat als je verborgen euvel kan zien … ?

Stel je eens voor dat iedereen, die iets mankeert, zichtbaar is door middel van een kleur. Bijvoorbeeld je hebt een zwakke knie, dan is dit te zien via een aura (licht gevend gebied) rond je knie. Een oplichtend gebied, zodat iedereen kan zien, dat jij een zwakke knie hebt.
De kleur zou dan variëren van licht oranje; lichte pijn, naar rood; zware pijn.

Alle euvels in ons leven zouden dan een kleur krijgen. Bijvoorbeeld psychische klachten zouden in roze en paars kunnen worden weergegeven. Hieronder zou dan onder andere dementie, schizofrenie, aangeboren hersenletsel, hersenletsel door ongevallen, autisme, enzovoort vallen.

Hoe zouden mensen dan reageren op straat? En laten we er dan van uit gaan, dat de kleuren en pijnsoorten bekend zijn. Je weet alleen niet welk euvel erbij hoort. Je kan lichamelijke pijn zien en je ziet ook psychische pijn.
Maar je ziet meer dan alleen pijn. Je ziet iemands gesteldheid.

Iemand met lichte dementie bijvoorbeeld, hoeft er niet persé al last van te hebben. Weten dat je het hebt, kan al voor een soort van rust zorgen. Je weet hoe je er mee om kan gaan. Daarbij is het te zien voor anderen, dus ergens kan je verwachten dat er steun is, zodra het even niet gaat, doordat de kleur rond je hoofd feller wordt.

Zouden we dan beter naar elkaar kijken? Beter op elkaar letten? Of krijgen we dan een nieuwe groep van mensen, die moet vechten voor hun bestaan… namelijk de mensen die geen kleuren vertonen, omdat het goed met ze gaat?!?

Het is lastig te voorspellen, hoe de mensheid zich gaat gedragen. Wat we inmiddels wel weten, is dat kennis ervoor zorgt, dat we anders reageren.
Als we kunnen zien dat er iets met iemand is, zijn we van nature aardiger tegen zo’n persoon. We krijgen een gevoel in ons dat we iemand willen helpen.

Er is ook minder angst voor anderen, want we kunnen hun gesteldheid zien. We kunnen aan iemand zien, dat het logisch is, als deze wat prikkelig reageert in situaties.

Even een situatie schetsen.
Eerst een situatie zoals deze nu zou kunnen zijn.
Je loopt in een winkel, en je ergert je aan iemand die midden in het pad staat. Je kan er niet langs, en deze vrouw (kan ook een man zijn, maar ik maak er nu een vrouw van) lijkt rustig om zich heen te kijken. Rustig op zoek naar een boodschap die deze persoon nodig heeft.
Jij zelf begint je aardig te ergeren. Er zijn ook altijd mensen die denken dat ze als enige in de winkel zijn… zucht.
Je moet nu vragen om er langs te mogen, en je merkt dat je stem wat geagiteerd over komt. De vrouw in het midden van het pad kijkt je aan, en mompelt iets bozigs jouw kant op.
Nu hebben we twee mensen die geïrriteerd de winkel uitgaan na hun boodschappen te hebben gedaan.

Wat als dezelfde situatie nu zo zou zijn, dat je kan zien waarom iemand midden in het gang pad staat.
Je loopt een gangpad in, en daar staat een vrouw midden in het pad, haar winkelwagen staat ook nog eens midden in het pad.
Om haar hoofd een paarse gloed. Je gaat gelijk anders naar de vrouw kijken.
Wat is er aan de hand? Je vraagt of het goed gaat.
De vrouw draait zich naar je om en vraagt waar het wc-papier is. Ze is duidelijk haar weg even kwijt.
Nu kun je begrip tonen, je ziet dat het niet goed gaat met deze vrouw.
Je kan nu bepalen wat het beste is om te doen. Of je helpt de vrouw door haar te vertellen waar het wc-papier te vinden is, of je vraagt een winkelmedewerker om zorg voor haar te dragen. Licht uiteraard aan de situatie, maar door dat we dit al van jongs af aan leren, kunnen we al sneller een juiste actie inschatten.

We zouden sneller begrijpen waarom iemand altijd boos is…
Iemand die altijd boos is, zou best wel last kunnen hebben van migraine aanvallen. Of heeft deze persoon last van zijn of haar autisme, en kan zijn of haar emoties even niet bedwingen.

Weten … oftewel, ergens kennis van hebben, maakt ons minder angstig voor anderen. Minder bang voor dingen die we niet kennen.

Bang zijn is een ondergeschoven kindje van de familie van gevoelens. We leren al jong, dat we niet bang mogen zijn. We moeten ons zelf confronteren met het leven. En iedereen maakt wel iets mee in het leven. Je mag bang zijn, als het echt noodzakelijk is.
Als je bang bent voor ‘kleine’ dingen in het leven, waar anderen geen begrip voor kunnen opbrengen, dan krijg je verwijten. Ze vinden je zwak, geen ruggegraat hebben.
Maar wat als bang zijn ook een kleur zou hebben. Stel dat bang zijn de kleur groen heeft. Hoe groener iemand om zijn hoofd wordt, des te banger is deze persoon.

Voor een hele grote spin, zijn zelfs nog grote mannen bang. En dat is iets wat we oke vinden.
Maar mensen die moeite hebben om de deur uit te gaan, dat vinden we maar onzin.
We snappen dat niet. En als we iets niet snappen, is het lastig om er begrip voor op te brengen.
Als we een groen licht bij iemand kunnen zien, krijgen we wel begrip. We zien het gebeuren. We ervaren het, herkennen de kleur van de angst bij ons zelf, en we beseffen dan dat het geen fijn gevoel is, ongeacht waar iemand bang voor is.

Maar we kunnen ook andere dingen zien en opmerken.
We zien nu wie zich aanstelt, of juist te stoer doet.
Iemand die heel licht oranje om zijn elleboog heeft, heeft eigenlijk niet echt veel pijn. Te vergelijken met tik tegen je elleboog, waardoor een zenuw gaat tintelen. Het telefoonbotje. We maken het allemaal wel een keer mee.
Als iemand dan heel dramatisch daarover gaat doen, dan kan je gelijk aangeven, dat je kan zien dat het wel mee valt.
Bij mensen die heel stoer doen, kunnen we zien, dat ze geholpen moeten worden.
Mensen die bijvoorbeeld een hele pijnlijke rug hebben, maar dat altijd al hebben gehad, hebben daar mee leren leven, tot op een zeker niveau. Ze zullen minder heftig reageren op pijnsoorten, dan iemand die weinig heeft meegemaakt op het gebied van pijn klachten.
Hierdoor kunnen we elkaar dus beter begrijpen en helpen.

Maar goed, we kunnen dit niet. We kunnen niet bij elkaar zien, wat er met de ander scheelt. We reageren snel, en vaak onjuist hierdoor.
Het geen wat zich nu in de wereld afspeelt, is een dingetje. Nogal een dingetje.
Wat gebeurd er nu met ons allen?
Ik hoor mensen zeggen dat na dit alles, je weet wel, het covid virus, dat de wereld niet meer hetzelfde zal zijn.

Ik vraag me dat af. Als ik kijk naar hoe snel wij mensen terug vallen in een oud patroon, hoe we ook ons best doen.
Als ik kijk naar euvel dat wel te zien is, bij voorbeeld mensen die in een rolstoel zitten. Er is nog veel te weinig geregeld voor mensen met een rolstoel. En er zijn best veel mensen met een rolstoel, maar het is nogal een operatie om van A naar B te gaan in Nederland als je in een rolstoel zit.
En vaak begint het al bij het stappen door de voordeur naar buiten.
Hobbelige stoepen, geen afritje, of een te stijl afritje.
Je moet al een speciaal autovoertuig hebben, om je te verplaatsen.
En als je dan aangekomen bent waar je moet zijn, krijg je een nieuwe hindernisbaan voor je kiezen.
Dus nee, we zien niet veel mensen in een rolstoel, want alleen het reizen al is te vermoeiend en demotiverend.

Zullen we na dit alles aardiger voor elkaar zijn? Behulpzamer? Of vallen we terug in oude gewoontes?

Ik ben heel benieuwd…

Met een kleurige vriendelijke groet,

Mel

Corona, de atmosfeer rond de zon … ?

Corona … We zien, lezen en horen niets anders meer. En daarbij gaat het vooral om de COVID-19 griep virus.

Maar Corona is ook de naam voor de atmosfeer rond de zon.
Wikipedia zegt dit erover:

De corona is de hete atmosfeer rondom de zon en andere sterren die zich uitstrekt over miljoenen kilometers. Zij is normaliter niet zichtbaar, maar wel tijdens een volledige zonsverduistering of met behulp van een coronagraaf. Zij is dan als een lichtkrans waarneembaar.

Wat als we de griep versie en de atmosfeer van de zon gaan vergelijken 😉

* De corona van de zon strekt zich uit over miljoenen kilometers.
* Het corona virus hoeft zich niet zo veel kilometers uit te strekken, maar voldoet aan de aardse kilometers normen.

* De corona van de zon is erg heet.
* Het corona virus zorgt voor koortsaanvallen.

* De corona van de zon kan gezien worden als je gebruik maakt van een coronagraaf.
* Het corona virus kan gezien worden als je een speciale test hiervoor uitvoert.

Nu even wat serieuzer. Het Corona virus. Wat nu?
Wat gebeurd er alleen al met Nederland.
Ik kan je nu wel vertellen wat er in een wooncomplex gebeurd voor kwetsbare mensen.

Sinds dit jaar, bijna twee maanden al weer, werk ik als vrijwilliger voor kwetsbare mensen. Ik ga 1 x in de week met ze mee naar de sportzaal. Ik knutsel met ze, we spelen spelletjes als sjoelen, memorie, vier op een rij, etc…

En drie weken terug begon het. De naam Corona kreeg een nieuwe lading. Niet langer de atmosfeer rond de zon, maar een virus.
Van de begeleiding kreeg ik te horen, dat we het beste luchtig erover moeten zijn bij de bewoners van het complex. Ze zijn nogal gauw van slag namelijk. En om te zorgen dat hun dagelijkse ritme zo rustig mogelijk blijft lopen, kan je beter er niet te veel over te hebben. En als een bewoner het aankaart, het luchtig bespreken. Het is een griep, zoals vele soorten andere griep.

Een aantal dagen later werd een eerste maatregel ingezet.
* De bewoners mochten niet langer in de keuken komen.
* De bewoners en iedereen die er werkt moeten geregeld hun handen wassen.
* Je mag geen handen meer schudden.
* Er wordt niet meer gezamelijk gegeten. Iedereen eet nu in zijn eigen appartement.

Paar regeltjes zou je zeggen. Maar voor deze kwetsbare mensen staat hun wereld nu al vreeslijk te trillen. Er is veel onrust.
Veel bewoners zijn nu onrustiger, trekken vaker aan de bel. De begeleiding heeft het dus drukker. Maar het valt voor de begeleiding nog wel te doen. Voor de bewoners is het een onzekere tijd.

Ik merk het als ik met ze mee loop naar de sportzaal. Twee vrouwelijke bewoners uitten hun zorgen. En ik mag niets uitleggen, want dat levert alleen maar meer nieuwe vragen op, en meer onzekerheden, en nog meer onrust.
Ik moet het nog steeds luchtig houden. Terwijl ze wel dingen zeggen die juist zijn. Ze noemen plekken op waar niemand meer zou mogen komen. In het washok, want daar liggen vieze kleding, en daar kan een virus inzitten. En nu gaan we sporten, en als iemand nou niet hun elleboog niest?

Ze hebben gelijk, maar hoe moet ik dit, zonder te liegen, luchtig houden.
Ik zeg niet dat ze gelijk hebben, maar vertel dat het misschien wel handig is, om gewoon van te voren handen te wassen. Dan na het sporten ook. En als we terug zijn, dat iedereen zich eerst even gaat extra gaat wassen of douchen.
Pfew, ze pakken het op.

Gisteren kreeg ik te horen, dat vrijwilligers voorlopig ook even niet mogen werken. Dat had ik wel verwacht. Ik wil wel graag helpen, maar snap heel goed dat een zorginstelling hun grenzen moet trekken.
Ze gaven wel een leuke tip. Om een kaartje te sturen of een belletje te naar de bewoners te doen. Dat bellen is niet zo mijn ding. Maar ik bedacht me, dat ik best iets creatiefs kan doen.
Ik weet van een aantal wat ze leuk vinden om te doen. Dus ik ga een creatief pakketje samen stellen.
Kleurplaten sowieso, passe partout maken voor het maken van bloemen, of zo’n passe partout om een lijstje te maken van garen. Ik ga nog even breinstormen hierover. Maar denk dat het wel een leuk idee is.

Ik moet zeggen dat sinds afgelopen maandag het pas een beetje bij mij begint door te dringen. Dat virus van corona.
Ik had echt al wel met veel mensen gesproken erover. Ik houd ook het nieuws erover bij. Maar tot nu toe met een luchtige instelling. Zo van, ook hier komt weer een eind aan. Het is maar een griepje.

Maar nu begin ik te zien waar de gevolgen zoal zijn. Het helpt om te zien hoe het bij het wooncomplex er aan toe gaat. De onrust van deze mensen. Zien hoe ze er op reageren.
En ook het nieuws. Oproepen van zorgverleners om dit niet lichtvaardig te benaderen. Landen over heel de wereld die maatregelen nemen. Onze eigen regering die crisis vergaderingen hebben. De minister president die een betoog houdt op de televisie voor het hele volk.

Dus het was een dingetje afgelopen dagen, en nu nog wel. Ik voel me onrustig. Niet om de virus, maar meer om … ja hoe zeg ik dit … de situatie eigenlijk.
Er is een andere situatie aan de hand in mijn omgeving, en ik zie iedereen er op reageren. Afstand houden, geen knuffels, binnen blijven, alleen naar buiten indien nodig.
Allemaal dingen die ik als autist altijd wel doe (hihihihih)
Dus eigenlijk veranderd er niet veel voor mij. Meer dat dit een stille wens is, die nu zo ineens uitkomt. Alhoewel… Ik was net een beetje gewend aan handen geven en af en toe een knuffel aan iemand te geven…

Ik weet van mezelf dat veranderingen niet rustig gaan. Zelfs verandering buiten mij om zijn onrust makers. Daarom begrijp ik de bewoners van het zorgcomplex waar ik als vrijwilliger werk, ook wel goed. Maar ik kan het voor me zelf uitleggen. Ik kan het proberen een plekje te geven. Ik weet ook wat ik het beste kan doen, om te zorgen dat dit onrustige gevoel binnen de perken blijft.
Voor de bewoners ligt dit anders. Zij snappen niet waarom dit alles zo gebeurd. Ze hebben vragen, en op veel van die vragen kan je niet echt een antwoord geven. Ze zouden het niet begrijpen. Of juist alleen nog meer angstiger worden.

En er zijn genoeg mensen in het land, die ook problemen hebben met hetzelfde.
Mensen die niet persé een diagnose hebben. Maar ‘gewone’ mensen. En niet iedereen heeft interesse in de wetenschap, waardoor er genoeg mensen zijn, die ook allemaal vragen hebben. Die ook niet begrijpen waarom de maatregelen die nu genomen worden, ingezet zijn. Het lukt de regering nog steeds niet, om dit in Jip en Janneke taal te verwoorden. Zodat ook deze mensen het kunnen begrijpen, en hier rust in kunnen vinden.

Daarnaast heb je nog de angstzaaiers. Sommigen doen het express, maar sommigen zijn gewoon bang en uiten hun zorgen.
En de angstzaaiers van de kranten en andere nieuws media… tja… echt waar!?!?!

Aan de redacteuren zou ik vragen om geen verontrustende krantenkoppen te plaatsen. Zet er gewoon neer dat het om extra corona virus informatie gaat. Gil niet in de kopteksten over hoeveel meer patiënten er zijn bij gekomen, of hoeveel er nu gestorven zijn. Dat helpt echt niet om de rust te bewaren.

Oh en aan de hamsteraars… Doe es ff niet. Je maakt er alleen meer problemen mee. Je maakt problemen voor anderen, die hun boodschappen niet meer kunnen doen. En dus niets te eten hebben.
Je maakt problemen voor de supermarkten, die moeten allerlei extra dingen doen om alle rekken weer te voorzien van producten.
Je maakt problemen voor de vervoerders en leveranciers.
Dus het is alleen maar meer problemen creëren, gewoon niet willen doen.

Toch … toch is het ook ergens wel goed dat dit allemaal gebeurd. Kijk eens naar hoe we weer moeten samen werken met elkaar. We moeten elkaar weer aankijken. Wat gebeurd er met ons en ons land. Hoe lossen we dit allemaal samen op, als individu, als groep, als familie, als regering, als bedrijf.
Het begint er op te lijken, dat we toch allemaal wel wat gevoel in onze donder hebben. We kijken naar elkaar om.

Een paar tips die je kunt doen, als je nu wat meer vrije tijd hebt, omdat je minder uren werkt, of juist helemaal niet meer mag werken. Als je alleen thuis zit, of opgesloten zit met een heel gezin. Hoe kunnen we het leuk en gezellig maken voor elkaar.

De Tips:
* Schrijf eens een ouderwetse handgeschreven brief naar een vriend of vriendin, familie, of wie dan ook.
* Poets de sjoelbak eens weer op
* Maak een ommetje in je buurt, vooral als je dat nooit doet 😉
* Ga de tuin in met mooi weer, en praat met de buren (zolang er anderhalve meter afstand tussen zit, is er niets aan de hand. Je kan voor zekerheid altijd twee meter aanhouden 😉 😉 😉 )
* Maak een ‘nog te doen’ lijstje van klusjes die al een tijdje zijn blijven liggen.
* Pak je hobby weer eens op, of zoek naar een nieuwe hobby.
* Als je iemand bent die graag iets voor een ander doet, hang een briefje bij de supermarkt neer, en zet erop dat je graag je hulp aanbiedt voor hen die het nodig hebben. Zoals boodschappen doen, of voor iemand koken…
* Als je een beetje bekend bent in je omgeving, vraag even in de buurt na, of er iemand is, die wel wat hulp kan gebruiken.
* Maak elkaar aan het lachen ………….

Ik sluit af met een hele zonnige en vriendelijke groet,

Mel

Verwerkt en toch tranen …

Vanavond was ik bij een bijeenkomst tegen geweld tegen vrouwen.
Orange the World.
Ik benoem niet snel bedrijven, organisaties, mensen, etc. bij naam. Maar in deze blog doe ik het wel. De reden is … het is gewoon een hele goede beweging van een groep mensen die tegen geweld zijn.

Het was een afsluitende bijeenkomst. Twee weken lang waren er objecten in mijn dorp oranje gekleurd. Dit in verband met de organisatie Orange the World, die vooral tegen geweld tegen vrouwen is.
Een woordvoerster van Orange vertelde waar in de wereld gebouwen en objecten oranje waren gekleurd.
Over hoeveel vrouwen er in landen geweld ervaren, en zelfs hoeveel daaraan sterven. Best wel schrikbarend.
In Nederland alleen al sterven in een jaar tijd rond de 40 vrouwen door huiselijk geweld. En vaak door familie, partners of vrienden.

Maar het ging ook om het gedrag van mannen. Veel mannen staan er niet bij stil wat ze een vrouw aandoen, door een vorm van intimidatie op seksueel gebied.
Door onbekende jongens en mannen op straat worden er talloze vrouwen geïntimideerd. Vrouwen die zich niet meer veilig voelen.
Mannen die elkaar op hitsen om ‘mannelijk’ te zijn.
Dit werd zelfs beantwoord door een woordvoerder van de gemeente, die vanavond ook aanwezig was. Hij gaf aan, dat het heel verkeerd was, hoe er in sportkleedruimtes gesproken wordt. Hij gaf aan dat dit niet langer kon, er moet iets veranderen.

Toen kwamen er vrouw spreken over persoonlijke verhalen die ze gehoord had, tijdens haar tijd bij Orange.
Poeh, raakte ze mij daar even.
Ze had een refrein gebruikt van Frank Boeijen.
‘Zeg me dat het niet zo is… Zeg me dat het niet waar is …’
Ze las een verhaaltje voor en sloot af met deze zinnen voor ze naar een volgende verhaaltje ging.
Ze las verschillende scenario’s voor, die haar ter ore waren gekomen.

Een aantal kwamen me bekend voor, beter gezegd, ik herkende ze uit mijn eigen ervaringen.
Ik merkte dat mijn emotie pijl omhoog ging. Geen tranen nog, maar ik voelde iets gebeuren in mijn hoofd en lichaam. En ik moest zorgen dat ik me ging afleiden.
Zorgen dat wat ze zei niet meer binnen kwam.

Bah, wat een rotgevoel. En dan te bedenken, ik heb het allemaal verwerkt. Ik heb alles een plekje gegeven. En dan komt er zo’n moment in je leven, dat deze grauwe foto-album wordt geopend, en je ziet weer alles waar je niet aan herinnert wil worden. Het is geweest. Er aan denken doet alleen maar pijn, en dat zal het altijd blijven doen. Dit soort littekens blijven altijd gevoelig.

Het grauwe fotoboek. Gekleurde fotoboeken geven ons een lach. Maar we hebben ook grauwe fotoboeken. Deze stoppen we zover mogelijk weg. De één heeft het verwerkt, de ander nog niet. Het maakt niet uit, deze grauwe weergave van ons leven, willen we niet herinneren.

Ik was gekomen om mee te helpen. Als vrijwilliger. En dat heb ik ook wel gedaan voor we begonnen. Allemaal leuke mensen met één doel. Het was gelijk al gezellig. Ik voel me daar wel thuis.
Er was geen moment dat ik me zorgen over mezelf maakte. Geweld tegen vrouwen, mwoah, viel wel mee bij mij, anderen hadden veel erger meegemaakt dan ik dat had meegemaakt.

Maar toen hoorde ik de vrouw dingen zeggen, die ik ook had ervaren, en meer dan de helft herkende ik.
Een buurman die zijn handen niet kon thuis houden, een neef die jou niet als nichtje ziet, een vriend die jou fysiek pijn doet, een partner die jou geestelijk terroriseert, een collega die iets van je wil, wat jij niet wil …

En terwijl flitsen van beelden door mijn hoofd schieten, zie ik ook flitsen van beelden die zij niet benoemt, maar die automatisch met die andere beelden meekomen.

Ik merk dat ik moet gaan vechten tegen mijn emoties. Ik merk dat mijn autistische ik, mij in een ‘niets’ gebied zet.
Dat gebied dat ik even niet weet wat ik nu moet doen. Hoe moet ik nu reageren. Ik moet er over nadenken. Blijf strak kijken, maar niet te strak. Ik moet niet opvallen. Niemand mag zien dat er iets binnen mij gebeurd. Het gaat niet over mij. Leidt jezelf af. Waar kan ik naar kijken. Het plafond. Verlichting aan het plafond. Ik hoor de stem van de vrouw. Ze zegt weer iets. Flits … een ander beeld … Verdorie Mel… kom op… je bent sterker dan dit. Druk weg, concentreer op je gezicht, houdt je gezicht in de plooi. Ok, nog geen tranen. Houden zo. Rustig ademen. Nonchalant rondkijken. Aandacht op iets anders richten.

De laatste spreker sluit af. Er is nu ruimte voor wat muziek, om met mensen te praten, een hapje te eten…
Ik blijf zitten. Ik at mooi achterin, en ben daar gewoon blijven zitten. Even tot rust komen voor ik naar beneden ga. Ik bestudeer de mensen die naar beneden lopen van de kleine tribune. Er zijn zo’n 30 à 40 personen. Er zijn best nog wel veel mannen bij. Vrouwen die naar elkaar toelopen en elkaar een knuffel geven.

Het bandje begint te spelen, een vriendin van mij speelt er ook in, ze beginnen met een lekker easy nummer. Ik ken het, en begin langzaam tot rust te komen.
Tijdens het derde nummer durfde ik eindelijk op te staan.
Aan de ene kant wilde ik blijven om mee te helpen om op te ruimen. Maar ik voelde ook, dat als ik nu nog langer bleef, en iemand zag mijn innerlijke gevoelens, dat mijn tranen zouden komen. Het gaat niet om mij, denk ik weer.
Niemand wist dat ik zou komen, alleen de vriendin die me had gevraagd.
Ik liep naar de jassen. Ik trok hem nog niet aan, ik wilde nog even wachten.
Misschien lukt het om te blijven. Maar dan bedenk ik me dat ik even afscheid moet nemen van een van mijn vriendinnen, zodat ze weten dat ik wegga.
Mmmmh, denk ik bij mezelf, ik mag allang blij zijn dat ik dat zonder tranen doe.

Ik krijg een dikke knuffel van haar en ga weg.
Tijdens het stukje lopen naar de auto, voel ik de koude lucht.
Het is rustig op de straat. De maan is bijna vol. Hij schijnt krachtig op de wolken. Prachtig gezicht.
Ik moet mijn gevoel gaan vertellen aan iemand. Maar ik wil niemand lastig vallen. Zal ik het vertellen in mijn blog? Ja, dat doe ik. Maar dan moet ik dat wel gelijk doen. Want zodra de tranen achter mijn ogen wegspringen, kan ik even niets meer. En daarna zal ik te moe zijn.

Op het moment dat ik naar buiten liep, uit het gebouw waar de bijeenkomst was en de koude lucht in ging, voelde ik me weer rustiger worden. Het moment dat niemand mij meer zag. Ik was alleen. Ik kon mijn harnas afdoen. De omgeving waar ik langs moest lopen, mooie oude huizen met bomen langs de straat, ja dat was ook iets wat me rustig maakte. Dat ik alleen was, maar niet helemaal. Uit de huizen kwam licht, hier en daar al kerstverlichting. Gezellig. Half tien ’s avonds, op weg naar huis. De bijna volle maan. De vel verlichte wolken. De melancholie die ik voelde. De melancholie die ik mee naar huis nam. De melancholie waar ik nu in zit.

Dit woord beschrijft mijn grauwe fotoboek best goed. Vervaagde foto’s uit het verleden. De beelden beginnen hun glans te verliezen. Het is het gevoel wat er mee gepaard gaat. Het voelt niet meer scherp. De scherpe randjes zijn er al een lange tijd af. Het is het gevoel van melancholie. Zachte druk op mijn borst. Druk in mijn keel. Mijn hoofd begint zacht druk te geven. Tranen achter mijn ogen. Mijn ogen voelen er warm van aan.

Als ik straks dit stuk afsluit, laat ik het even gaan. De tranen worden door mijn geest, mijn brein aan mij gegeven. De tranen zijn bedoeld als troost. Mijn oer-ik troost mij met deze vorm van verdriet. Het mag er zijn. En ik mag zometeen lekker zelfmedelijden met mezelf hebben. Dit is ook de pleister die je op je gevoel plakt. Je onderbewuste ik, die je bewuste ik helpt te helen. De pijn verzacht. En dit kunnen wij mensen zomaar, een cadeautje van ons DNA.

Met een Melancholische lieve en vriendelijke groet,

Mel

Vaste onderwerpen in het leven …

In de tijd dat ik nog een kind was, vroeg ik me weleens af, wat voor onderwerpen we ons mee bezig houden in het leven. Als ik naar de televisie keek, of als ik een boek las of als ik aan het luisteren was naar liedjes, dan kwamen er maar een paar onderwerpen aanbod. Het ging altijd over liefde, oorlogen, diefstal, macht, vrede, geloof, of mensen die elkaar fysiek of mentaal iets aandeden.
Er moest toch wel meer zijn dan dat … !?!

Nu ik bijna 47 jaar ben, en heel wat films heb gezien, heel wat muzikale nummers heb gehoord, heel wat heb gelezen, en heel wat documentaires te hebben gezien, kom ik tot de conclusie dat er alleen de onderwerpen liefde en oorlogen worden besproken.
Het wordt telkens in een andere vorm gegoten, maar uiteindelijk is iedereen op zoek naar liefde, en willen we ruzies en oorlogen vermijden of oplossen.

Het onderwerp liefde is niet zo lastig te begrijpen. We willen allemaal dat iemand van ons houdt. Familie, vrienden of een partner. Als we maar geliefd zijn, kunnen we zoveel meer aan. We voelen ons hierdoor gesterkt. En we vinden het fijn, om de liefde die we in ons zelf hebben weer terug te geven aan hen die het ons geven.

Maaaaaaaaaaar … hierdoor ontstaan dus ook oorlogen.

Een oorlog is eigenlijk niets anders dan een groep mensen, die onvrede heeft. De onvrede gaat vaak over een groep mensen, die een bepaald idee hebben, en vinden dat iedereen zo moet denken en leven. Deze mensen zijn ervan overtuigd, dat hoe zij leven het beste is, en denken, dat als iedereen zo leeft, er vrede mogelijk is. De zin ‘respect voor elkaar’ komt hier te vervallen.

Vooral in films worden onderwerpen weergegeven, die een beeld geven van de wereld, waarin de mensen altijd bezig zijn om onaardige mensen de mond te snoeren. Bijvoorbeeld in films waarin mensen stelen van andere mensen. Wat er ook gestolen wordt, de dief moet boeten. Soms terecht, maar soms ook niet.
Inderdaad, soms is het niet oké dat mensen beboet worden voor hun daden.

Denk hierbij eens aan een groep mensen, die beneden modaal moet leven. Ze zien continu de hypocriete mensen, met mooie huizen en dure auto’s, terwijl zij het continu moeten doen, met de overblijfselen, die nauwelijks iets waard zijn.
En vaak zijn het de rijke mensen, die ervoor zorgen, dat de groep niet-rijke mensen moeten boeten omdat ze arm zijn.
Maar waarom zijn ze arm? Vrij simpel te beantwoorden. Ze hebben geen geld voor de juiste studies, ze hebben niet de keuze van een beroep, ze hebben continu problemen met financiën, doordat ze het met afdankertjes van andere mensen moeten doen. Een tweede of derde hands auto, die continu wat mankeert. Een zoveelste hands wasmachine die het al begeeft na een half jaar. Voedsel dat steeds duurder wordt in de winkels.
Je kan je wellicht voorstellen, dat deze mensen zodanig gefrustreerd en boos zijn, dat hun normen en waarden hierdoor ook veranderen. Want zij zien de rijke mensen als de dieven. Doordat zij alles maar kunnen kopen, en dit blijven doen, en geen gevoel hebben voor de medemensen, zijn zij eigenlijk de boosaardigen in de maatschappij.
Dus als arme mensen stelen van rijke mensen, sorry, maar ik heb daar niet zoveel moeite mee. Het is een consequentie die de rijke mensen zelf hebben bewerkstelligt.

Oorlogen is ook iets wat veel terugkomt in allerlei media die we kunnen lezen, horen en zien.
Ik ben in een land opgegroeid (Nederland) waar oorlog iets is, wat in de geschiedenis voorkomt. En dat er in de derde wereld landen oorlogen waren, dat was ver van mijn bed show. Bijna iets wat meer een film was, dan dat het echt was.
Maar dat besef is veranderd bij mij. Eigenlijk is de hele wereld continu in een staat van oorlog. Continu zijn er mensen, die elkaar hun wil op willen dringen.
En deze mensen zijn vaak machthebbers. Ze hebben op de een of andere manier voorelkaar gekregen, dat ze een zogenaamde hoge positie in hun maatschappij hebben, zij het in het geloof, of in de politiek.
Hoe dan ook, elke oorlog is eigenlijk altijd een strijd van een paar hoge geplaatste gasten. En degenen die echt er aan onder door gaan, zijn de mensen die niets anders kunnen dan er aan mee doen, anders is hun leven in gevaar.

Hoe vaak ik wel niet heb zitten nadenken over de militairen die de fysieke oorlog voeren voor die hooggeplaatste machthebbers. En hoeveel verhalen ik wel niet heb gehoord, gezien of gelezen, over mannen en vrouwen die dit helemaal niet wilden. En nadat ze het hebben overleefd, overgelaten worden aan hun lot.
De oorlog is voor de machthebbers voorbij, maar de echte vechters leven in een hel. Ze worden niet gecompenseerd, niet geholpen. Ze wilden alleen maar er staan voor hun land, of geloof, en nu alles achter de rug is, zitten zij met de wonden, de littekens, fysiek en mentaal, en ze moeten zich zelf maar zien te redden.

Vrede is dan ook een onderwerp waar al eeuwen naar gezocht wordt. Hoe vinden we vrede? Hoe kunnen we ervoor zorgen, dat we elkaar kunnen respecteren, wat we ook als moraal hebben, wat onze normen of waarden ook zijn. Waarom zijn we altijd zo geagiteerd over anderen, die anders denken en zijn. Waarom leren we dat niet tijdens de geschiedenis lessen?

In de periode dat ik nog jong was, en aan het opgroeien was, dacht ik dat Nederland een veilig land was. Maar als ik nu terug kijk, denk ik dat dat juist de bedoeling was van de regering. Als de Nederlandchse mensch denkt dat hij/zij veilig is, dan wordt dit vanzelf een soort van waarheid, en is er rust.
De studieboeken op scholen worden in samen werking met de regering samengesteld.
Er wordt doos door machthebbers bepaald, wat de mensen zonder macht, te weten komen. Alles om onrust te voorkomen.

Deze vorm van manipulatie wordt veel gebruikt door machthebbers. Ze spiegelen de mens een ‘waarheid’ voor. Of deze waarheid terecht is of niet, de mensen zullen het geloven.

Het internet is een uitvinding, die al deze onderwerpen in ons leven, in onze maatschappij vertegenwoordigt. Waarbij vroeger de machthebbers de straat op gingen, om hun visie te verkondigen, hoeven ze nu alleen nog maar thuis achter de pc te gaan zitten, en hun visie via het internet de wereld in te sturen.
En ineens zijn er ook de mensen, waar je normaal niets van hoorde, omdat ze gewoon weg niet in beeld waren, die nu wel hun mening kunnen uiten.
En nu hebben we oorlog op het internet. Het lijkt erop, dat we dat nodig hebben.
Hoe vreemd ik dat ook vind. Ik heb agressie altijd als iets stoms gezien. Waarom moeten we dat elkaar aan doen?

Als je een goeie film wilt zien, dan zitten er altijd stevige gevechten in. Filmstudio’s doen er van alles aan, om allerlei grote explosies te laten zien. Ze laten zien hoe mensen met elkaar kunnen vechten. Wie is sterker en wie delft het onderspit. Er wordt niet gepraat over het probleem, nope, het is gelijk met de vuisten inslaan op een ander. En als dit er allemaal niet inzit, zal een grote groep mensen niet naar de film gaan.

Als je wat verder de geschiedenis in duikt, zie je dat er vroeger zelfs speciale gevechten waren, waar hele steden naar toe ging. Het was een soort van vermaak.
Maar het bestaat nog steeds. De vorm is wat milder geworden. Steeds meer mensen zien niet in, waarin het vermaak hierin precies zit. Want het is toch niet leuk, om mensen te zien die pijn hebben. Laat staan mensen die van alles breken, en open wonden hebben waar bloed uit stroomt. Maar nog steeds zijn er bokswedstrijden te zien, kunnen mensen naar geheime locaties om een straatgevecht te zien, of gaan ze naar een locatie waar dieren worden mishandeld, zoals bij stierengevechten.

Maar wat zou ik dan willen zien, horen, lezen … ?
We hebben in ons leven al genoeg dingen, waar we ons zorgen om maken. Als de mensen in ons leven ziek zijn, of eerder doodgaan, dan we zouden willen, dan hebben we daar al genoeg verdriet over. Dus waarom een gevecht aangaan, vaak om een reden, die via een goed gesprek verholpen zouden kunnen worden.
Ook zijn er nog genoeg dingen te ontdekken in het leven. De wetenschap is hier altijd druk mee bezig geweest, en we zijn er nog lang niet.
Dus, ik zou liever verhalen willen zien en lezen over hoe mensen hun problemen in het leven weten te overwinnen, en een gelukkig leven weten te leiden. Mensen die zelf geen zware problemen ervaren, en hierdoor er kunnen staan voor anderen die dat wel hebben.
Films en boeken, die gaan over de goedheid in mensen. En als de goedheid in een mens ver te zoeken is, deze mensen te helpen, het te vinden.
Zonder gevechten en vermoorden van mensen, maar door met elkaar in gesprek te gaan. Door elkaar de kennis te geven, om je leven te kunnen veranderen, bereik je meer, dan door te vechten.

Zolang iemand met een ander vecht, gaat het zelden over twee personen. De familie en vrienden van deze twee mensen, zullen hierdoor geraakt worden, en ook acties willen ondernemen om hun frustraties te uiten. Vaak door middel van agressie naar anderen toe.

Nog steeds moeten we het doen met de vaste onderwerpen in ons leven. Liefde, oorlog, vrede, geloof, macht …
Alles veranderd maar heel langzaam. Maar het veranderd wel. We worden aan de ene kant wel milder. Tweehonderd jaar terug kon je nog kijken naar een executie op het marktplein, dat is tegenwoordig ongehoord. We willen dat niet meer zien.

In boeken en films worden we ook steeds milder en oprechter. Mannen mogen tegenwoordig hun emoties laten zien. Ze mogen in de films de gewone man zijn, zonder superkrachten. Er mogen dingen fout gaan. Want dat gebeurd nu eenmaal, en dat hoort bij het mens zijn.

Wat ik me wel afvraag, is of we ooit loskomen van agressie. Zal er een tijd komen, dat agressie iets is, dat taboe is? Dat we dat niet meer tolereren?
Dat als we boos worden om iets, we niet direct het gevoel hebben dat we iemand in elkaar moeten slaan? Maar dat we nadenken, waarom we eigenlijk boos zijn!

En zal er een tijd komen dat we respect hebben voor elkaar. Respect voor hoe we denken en zijn. Dat we elkaars verschillende normen en waarden kunnen accepteren. Dat we niet het gevoel hebben, daaraan iets te willen veranderen.

Want als we elkaar niet meer in elkaar slaan, en respect voor elkaar hebben, kan er een vorm van vrede ontstaan. Dan hoeven we niet meer te stelen van elkaar. Dan hoeven we niet perse iemands idee over het leven te veranderen. Dan doen we wat we zelf goed vinden, en laten anderen dat ook doen.
Dan kunnen we elkaar gaan helpen. Als er hongersnood is, gaan we delen, in plaats van de ander dood te laten gaan door honger.
Als iemand iets nodig heeft, zal een ander helpen, ervoor zorgen dat de noodzaak vervult wordt.

Ik weet dat ik dat niet ga meemaken. Maar daarom hoop ik wel, dat het iets is, wat uiteindelijk wel tot stand komt. En het liefst zonder menselijk of dierlijk leed.

Met een vredige, liefdevolle en vriendelijke groet,

Mel

Fatsoen en Sociaal Creatief …

Ik heb afscheid genomen van het museum waar ik meer dan een jaar heb gewerkt. Het werk was leuk, maar de problemen kwamen voornamelijk van twee mensen die het museum in hun beheer hebben, de eigenaren.
Het zijn geen Nederlandse personen, en ik heb gemerkt dat dat best lastig is.
Ze begrijpen niet hoe het hier zoal in Nederland werkt. En toch blijven ze prat gaan op hun kennis van zaken, terwijl veel fout gaat.
Ik voelde me gepest, niet serieus genomen, gepaaid, maar nooit kwam er iets oprechts vanuit hun.

En toch was het moeilijk om een er weg te gaan. Er waren namelijk wel hele leuke, aardige en oprechte vrijwilligers aan het werk. De bezoekers waren leuk.
De meeste werkzaamheden waren leuk. En de omgeving waar het museum staat is ook erg leuk.

De reden van mijn vertrek, om het beter te verwoorden, de druppel die de emmer deed overlopen, was een gesprek met een derde. Iemand van een superleuke organisatie wilde vrijwilligers bij ons plaatsen. Een leuke en enthousiaste vrouw kwam erover vertellen. Ze wilde in het najaar van 2020 één vrijwilliger bij ons plaatsen. Vrijwilligers uit andere landen uit Europa. Jongeren tot 30 jaar, die even een jaartje er tussen uit wilden.
Mijn baas, ik en deze vrouw hadden een leuk gesprek. We vertelden over het museum, de galerij en welke werkzaamheden we konden bieden. De vrouw vertelde over haar bedrijf, en wat zoal was geregeld.
Niets aan de hand zou je zeggen.

Na het gesprek bleef ik nog even hangen, maar werd verzocht om naar huis te gaan. Ik had al door dat ik weer iets verkeerds had gedaan. Maar liet het los. Dit was al vaker gebeurd. En ik zou het wel horen.
Ik kreeg een voice berichtje op de whats-app. Oftewel geen gesprek waarbij we elkaar kunnen aankijken, maar een gesproken berichtje via een chat om mij te vertellen dat ik te veel praatte, en dat ik eigenlijk alleen wat mocht zeggen, als hij vond dat ik iets kon verduidelijken.

En voor de zoveelste keer zat ik thuis op een stoel, en voelde mijn boosheid oplaaien. Zo’n onprettig gevoel. Boosheid dat mijn hele ik overneemt, en ik kan het niet loslaten, ik kan het niet wegzetten.
Ik heb dit gevoel al zo vaak gehad, en telkens heb ik het weggedrukt en gehoopt dat het wel weer goed zou komen. Maar nu zat ik te kijken naar mijn telefoon, en vroeg me af of ik dit nog wel wilde. Ik ben erg gevoelig, en om telkens dit soort dingen te moeten ervaren en voelen, dat breekt me. Ik moest toch echt voor mezelf gaan kiezen.

Ik was veel te boos om naar het museum te gaan, en erover te praten met hem. Want hij wil niet over dat soort dingen praten. Dan sluit hij zich af, en mag je wel weggaan. Daarbij had ik alleen verwijten in mijn hoofd. En ik wil geen gesprek aangaan waarbij ik alleen maar verwijten naar iemand kan gooien. Dat maakt een gesprek niet positief, en er zal dus ook niets positiefs uitkomen.

Ik heb dus een mail geschreven, waarin ik heb aangekaart, dat mijn persoonlijkheid niet past bij het boeddhistische van het museum, en dat het beter is, dat ik een ander soort vrijwilligers werk ga zoeken.
Ik heb aangekaart dat ik de sleutels nog dezelfde avond bij hem zou afleveren in de brievenbus. Dat ik een leuk jaar heb gehad, en dat ik een leuke ervaring rijker ben, en daar heb ik hem voor bedankt.

Ik weet best wel dat ik ook niet de makkelijkste ben. Maar ik vind dat je wel moet kunnen communiceren met elkaar. Het moet niet zo zijn dat er maar van één kant kritiek komt. Een medewerker mag ook kritiek geven. En dat is in het museum en met de directeur niet het geval. Ik moest dus echt voor mezelf kiezen.

Ik heb een berichtje terug gehad. Ik heb het half gelezen. Want het was een sussend mailtje. Weer werd ik niet serieus genomen. Ik heb er niet op gereageerd. Het maakte me alleen maar bozer, en als ik boos ben, ga ik met niemand een gesprek aan. Levert niets op. En wetende dat hij toch niet wil luisteren naar mijn argumenten, is het beter om het te laten gaan.

Toch gebeurde er iets leuks na mijn vertrek. Zo goed als elke vrijwilliger nam contact met me op. Wat was er aan de hand. We gaan je missen Mel. Je was toch wel een belangrijk gezicht in het Museum. Jammer Mel, je hebt zo veel voor hem gedaan….
Heel hartverwarmend. En dat deed me goed. Ik heb dus best wel goede dingen gedaan. Het lag niet allemaal aan mij.

Ik heb best veel geleerd vanuit deze ervaring. Ik heb ervaren dat ik best wel wat kan. Ik heb gewerkt aan kunstwerken, ik was een gastvrouw, ik heb meegeholpen aan het schoonhouden van het museum, ik heb meegeholpen aan het organiseren van evenementen, ik heb een basis administratie op gezet…
Een manusje van alles, en dat is iets wat me goed past.

Ook vond ik het fijn om weer onder de mensen te zijn. Werken in een park, is ook leuk, je wordt ‘bekend’, mensen spreken je aan, zwaaien naar je, en soms krijg je zelfs spontaan een knuffel van iemand. Zo leuk, en het deed me veel.
Ik ben best onhandig sociaal. Weet nooit het juiste te zeggen, en kan soms dingen zeggen, die nergens op slaan. En dat blijft dan in mijn hoofd hangen, waarom zeg ik toch zulke rare dingen, waarom kan ik niet gewoon mijn mond houden. Maar ik kreeg daar geen reacties op terug. Soms gingen mensen mee met mijn gedachten die ik uitsprak. Daardoor kreeg ik ook wel wat zelfvertrouwen terug.

Ik was veel aanwezig in het museum, vooral op de zaterdagen en de zondagen. Ik vraag me ook af, hoe ze dit nu verder gaan doen, want er zijn maar weinig gekken als ik, die het weekend opgeven voor vrijwilligers werk.
Ik hoor nu dan ook, dat ze vrijwilligers die zijn vertrokken, opnieuw benaderen om hulp te krijgen daarin. Want er zal toch iemand aanwezig moeten zijn in het museum, als deze open is.

Mijn zorg over de vrijwilligers die er nu nog zijn, is er wel. Ze zetten zich net zo in, als ik heb gedaan. En ik hoop dat ze wel de waardering krijgen die ze verdienen. Dat ze fatsoenlijk behandelt worden. Ik moet dat toch gaan los laten.
Blijft nog wat lastig.

Ik ga nu opnieuw opzoek naar vrijwilligers werk. Nu kan ik wat meer gerichter zoeken. Ik heb ervaren wat ik zoal echt leuk vind om te doen, en wat me energie geeft. Sociaal creatief. Sociaal, jup, ik heb dus best wel iets sociaals in mij zitten. Ik kan best wel leuke gesprekken aan gaan met mensen, ik kan dus contact maken. En het lijkt me leuk, als ik werk kan krijgen waar sociaal creatief de kern is.
Werken met mensen, en dan creatief, en met leuke gesprekken.

Ik ben best wel sociaal. Goh… ik vind dit iets aparts. Ik heb me altijd bestempeld als sociaal onhandig. Maar nu begrijp ik waar dat aan ligt. Ik kan gewoon niet met mensen die niet oprecht en eerlijk zijn. Die niet oprechte complimenten geven. Waarbij je gewoon kan zien aan de persoon, dat het niets betekend.
Ik kan dus ook niet met zakelijke mensen. Mensen die alleen denken aan het belang van cijfertjes, en niet kijken naar de mens. Het bedrijfsleven is daarom niet iets voor mij. Ik zie alleen waar het fout gaat, en hoe medewerkers onheus behandeld worden, om te zorgen dat het bedrijf meer geld en meer aanzien krijgt.

Ik ben iemand die wil helpen. Ik wil je helpen om het leuker te krijgen in het leven. Ik wil je helpen om het makkelijker voor je te maken, zodat je weer ruimte hebt om (weer) creatief te kunnen zijn. Of dat nu is met potlood en penseel, of met muziek, of met het uitspreken van al je interessante gedachten, of je creativiteit om mensen aan het lachen te maken, waar jij ook maar creatief in kunt zijn.

Sociaal Creatief is dus mijn spreuk voor de komende tijd.

Met een fatsoenlijke, sociale, vriendelijke en creatieve groet,

Mel
 

Er gebeuren enge dingen buiten …

Er gebeuren enge dingen buiten. Altijd weer spannend om naar buiten te gaan.
Vanmorgen was het weer raak. Ik hoorde een vreemd geluid. Merlijn was net over de schutting gegaan, en ik vertrouwde het niet.
Toch maar even kijken wat het was.

Ik open de schuttingdeur om te zien of ik kon achterhalen waar het geluid vandaan kwam. Het klonk als een bezem of hark. Heul ENG!
Merlijn hoorde de schuttingdeur open gaan, en rende terug het huis in.
Zo eng daarbuiten met al die geluiden.

Dit is Merlijn, hier kijkt hij of de kust veilig is.

IMGP5159

Voor Marron zijn het juist geen enge geluiden … nope … dat zijn geluiden om te onderzoeken … niet aarzelen … gelijk er op af … misschien is het iets om mee te spelen …

20190322_133152

Vriendelijke mauwende groetjes van Merlijn en Marron … en Mel

Als je ouder wordt, wordt je liever …

Van jongs af aan ben ik al geïnteresseerd in waarom mensen, als ze ouder worden, liever worden. Het is een zinnetje wat ik door de jaren heen zo vaak heb gehoord van zoveel verschillende mensen.

We worden liever als we ouder worden …

Maar wat houdt het nu eigenlijk in. Waarom worden we dan liever. Of zoals ook wel wordt gezegd, rustiger. Ik snapte nooit zo goed waarom. Waarom zou het zijn dat we rustiger worden, liever naar anderen toe.

Toen ik nog een stuk jonger was, vond ik dat vreemd. Ik maakte daar op uit, dat mensen die ouder werden, en liever werden, niet meer gingen vechten, niet meer zomaar wat zeiden. Ze werden milder. En ergens vond ik dat destijds niet goed. Want dat zou beteken, dat ze alles maar lieten gebeuren.

Nu ben ik zelf ouder. En ik merk dat ik liever en rustiger wordt. Ik wordt milder. En dat is niet omdat ik het opgeef, maar omdat ik kennis heb, die nu sneller kan afwegen, of ik in actie moet komen, of iemand beter met rust kan laten.

Maar het is niet zo simpel uit te leggen waarom we milder worden als we ouder worden. En niet iedereen wordt liever of rustiger.

Wat ik inmiddels wel begrijp is, dat als we iets vaak meemaken, iets dat niet leuk is, en zelfs frustrerend kan zijn, dat we daar een soort van rust in krijgen. We ervaren dat we in al die jaren er niets aan kunnen veranderen. We zien in dat hier tegen te vechten niets oplevert, dus ergens leert ons brein ons om dat beter te verdragen.

Een voorbeeld is de papierenmolen. Toen ik jonger was, schopte ik daar erg tegen aan. Het was onlogisch, en het moest anders. Intussen is het eigenlijk alleen nog maar ingewikkelder geworden. En zoveel mensen hebben er al tegen geprotesteerd, maar er komt maar geen verandering in. Wat ik wel heb gemerkt is, dat als ik er tegen aan blijf schoppen, ik alleen mezelf er mee heb. Het systeem blijft bestaan zoals het is. En als je er gewoon aan mee doet, gaan dingen net wat sneller. Ik voel me zelf nu ook rustiger daarin. Ik voel echt nog wel de frustratie. Maar ik kan het makkelijker naast me neerleggen.
Ook zie ik in, dat er nu eenmaal mensen op werkplekken zitten, omdat ze geld moeten verdienen, en dat je soms daar door een functie moet uitoefenen die niet bij je past. En als ik nu sjaggerijnige medewerkers van een bedrijf aan de lijn heb, blijf ik rustig. Ik snap nu, dat zij het ook niet voor het kiezen hebben. En ze worden door het bedrijf gebruikt om problemen op te lossen, zover als ze kunnen.

Ik ben er nog steeds niet mee eens, hoe ingewikkeld de papierenmolen is geworden. Maar ik zie ook, dat er wel steeds meer jongeren er tegen aan schoppen. En vaak zorgen deze jongeren er voor, dat er in de toekomst daar iets in gaat veranderen.

En hier heb ik een volgend voorbeeld waarom we milder worden als we ouder worden.
Zodra je de veertig bent gepasseerd, heb je al een aardig tijdje op de aardbol rondgewandeld. Afhankelijk van wat je zoal hebt ervaren in het leven, maak je een soort van analyse. Dit gebeurd niet bewust, maar dit gebeurd voornamelijk onbewust. Je hersenen verzamelen alle informatie, en maken continu een analyse van de situatie waarin je je bevindt. Je hersenen wegen af, of alles ok is, of dat er wat veranderd moet worden.

We kennen vast allemaal wel de slapeloze nachten waarin je maar blijft nadenken over dingen waarover je je zorgen maakt. Vaak gaan dit over de grote dingen in het leven. De eerste keer dat je op je zelf gaat wonen. Of als je voor de eerste keer een ouder wordt, er komt een kind in het leven. Dit zijn voornamelijk dingen dat je een extra verantwoordelijkheid krijgt in het leven.
Je vliegt het nest uit, en sticht een gezin. Je moet werken om geld te verdienen voor je levensonderhoud. Alleen hier al ontstaan veel zorgen. Deze zorgen worden door je brein opgeslagen.

Alles wat je een eerste keer meemaakt levert spanning op. Voor het eerst op je zelf wonen is vaak een gezonde spanning. Eindelijk bij je ouders weg, en je eigen huisje, eigen regels, YEEY party time…
Bij jonge ouders zie je de spanning van de verantwoordelijkheid die ineens op hen afkomt zodra het kindje is geboren. Doen we het goed, denken we overal wel aan?

Hoe vaker we iets mee maken, des te rustiger we er mee omgaan. We leren van de eerste keer, en de tweede keer lukt alles al wat beter. We krijgen vertrouwen in ons zelf. Het gaat ons makkelijker af. We weten nu wat we kunnen verwachten.

Maar dan zijn er ook nog dingen in het leven, waarop we ons niet zo goed kunnen voorbereiden. Omdat het leven nu eenmaal niet volgens een standaard programma werkt.

Het verlies van iemand is altijd iets waarover we ons zorgen maken. We gaan iemand missen. We kunnen niet meer met iemand praten, niet meer zien, niet meer vasthouden. We weten dat het bij het leven hoort, maar we zijn na een paar nachtjes niet slapen er niet overheen. Dit kost meer tijd. Dit noemen we dan ook een rouwproces. De één gaat er sneller doorheen dan de ander. Het is persoonsgebonden.

En dan komt nog je levensonderhoud. Door de eeuwen heen is dat altijd al een probleem geweest. De een heeft geluk gezond genoeg te zijn om altijd te kunnen werken, een ander heeft dat niet, en maakt zich continu zorgen over het brood dat op de plank moet komen.
Bedrijven die failliet gaan. Functies die worden opgeheven. Reorganisaties in bedrijven. Het zijn ook allemaal dingen waar we ons zorgen over maken.

Als we jong zijn, willen we zoveel mogelijk meemaken. Je denkt aan reizen die je nog wilt maken. Evenementen die je wilt ervaren. Feestjes met familie en vrienden. Hobby’s die je nog wil uitvoeren in de toekomst. Allemaal dromen.
Maar veel van deze dromen vallen uit één.
Geen geld om te reizen of om naar evenementen te gaan.
Familie of vrienden die wegvallen, waardoor een feestje ineens beladen wordt.
Hobby’s waar we geen tijd meer voor hebben, en in de ijskast belanden.
Er zijn zoveel redenen waarom dromen niet uitkomen. En ook daar leren we mee omgaan. We passen ons steeds weer aan. We leren om te gaan met tegenslagen.

Als we ouder worden ervaren we, dat sommige dromen helemaal niet zo belangrijk waren.
We leren ook, dat sommige dromen misschien toch nog wel uitkomen, maar dan op een andere manier dan we hadden bedacht.
En ook zullen er dromen zijn, waar we verdriet om hebben, dat we ze niet kunnen laten uitkomen.

Het is niet zo dat we het makkelijker krijgen als we ouder worden, maar dat we er beter tegen kunnen. We hebben ervaren dat we als mens steeds door kunnen gaan. Dat dingen toch vaak goed komen, ook al gaat het over de ruigste wegen die je moet bewandelen.

We leren los te laten, we leren te omarmen, we leren ons te bewapenen tegen zware dingen die het leven op ons afgooit.

Dit geldt overigens niet voor iedereen. Als jouw lichaam of brein niet mee wil doen, dan zal jouw brein je geen oplossing kunnen aandragen. Het kan jou niet helpen om het incasseren van het lijden dat je hebt, aangenamer te maken. Jouw zorgen blijven en blijven, en je brein kan geen pad vinden om jou rust te geven.
We kunnen veel situaties van mensen omschrijven, die het ontiegelijk zwaar hebben.
Denk eens aan mensen die een vorm van tinnitus hebben, dat ze zulke harde geluiden in hun hoofd horen, dat ze zo moe zijn van het concentreren op gesprekken, dat ze bijna geen conversaties kunnen voeren. Niemand die hun geluid hoort, maar het maakt hun letterlijk en figuurlijk gek. Veel mensen hebben wel eens zo’n piep in de oren, ik ook, maar die van mij is prima te negeren.
Maar als het niet te negeren is, hoe moet je dan in deze maatschappij een leven opbouwen?

Of denk eens aan iemand die in een rolstoel zit. Stel je eens voor dat deze persoon heel graag zou willen lopen. Of een sport wil uitvoeren waarvoor hij of zij werkende benen voor nodig heeft. Wat als deze persoon stomweg pech heeft zich te interesseren voor iets, wat voor hem of haar nooit mogelijk zal worden.
En ga nu niet slim zitten zijn, door te zeggen, dat ze dan naar iets anders op zoek moeten, want zo iemand heeft dat vast allang gedaan. Ga ook niet zeggen dat er tegenwoordig van alles mogelijk is, want dat is niet voor iedereen betaalbaar. Niet iedereen komt zomaar in aanmerking voor allerlei hulpmiddelen!

Denk aan jongeren, die de toekomst met angst in de ogen tegemoet moeten gaan. Jongeren die zich afvragen hoe ze het allemaal moeten gaan doen, dat werken, dat levensonderhoud, al die chaos die op je afgestuurd wordt door de maatschappij.
Jongeren die een brein hebben, die hun verteld, dat ze dat waarschijnlijk niet gaan redden, dat ze toch zullen falen. Stel je voor, dat je zo jong bent, de maatschappij leert te begrijpen, en inziet dat het heel zwaar gaat worden voor jou. Om welke reden dan ook. Geen enkele reden mag hierin gebagatelliseerd worden. Wat voor jouw een wissewasje kan zijn, kan voor een ander de grootste obstakel zijn.

Dus nee, niet iedereen zal milder, liever of rustiger worden, als ze ouder worden.

Nog een reden waarvan ik denk dat we milder worden, is dat het hoort bij ons leven. We leren continu van elkaar. Ouders leren van kinderen, kinderen leren van ouders. Jongeren leren van ouderen, ouderen leren van jongeren. Dit is een proces dat in ons zit. Dit doen we al sinds het bestaan van de mensheid.

Door dat ouderen milder reageren op dingen, zal een jongere gaan nadenken hierover. Bewust of onbewust. Ons brein registreert een oudere mild en rustig reageren, en zal dan een overweging maken.
Dit zien we heel goed bij kleine kinderen. Kinderen reageren zoals ouders reageren. Heb je een moeder die vaak paniekerig is, dan zul je dit terug zien in haar kind(eren). Heb je een kalme rustige vader, dan zullen de kinderen ook kalmer en rustiger reageren.
We sussen onze kinderen als het kind huilt, bij een situatie waar het nodig is.
We troosten onze kinderen als het huilt, en wanneer er een echte reden is tot zorg. We leggen de verschillen uit, we zijn aan het opvoeden.

Dit proces blijft levenslang doorgaan. We kijken naar ieder leeftijd en proberen te analyseren hoe ze het doen. Vandaar uit maakt ons brein een plan. Hoe te reageren in een situatie.

Het is daarom belangrijk, dat we met allerlei leeftijden om gaan. Dat we ons niet beperken tot alleen leeftijdsgenoten. Hierdoor leert ons brein om te gaan met allerlei situaties.

We worden dus rustiger, liever en milder door heel veel aspecten in het leven.
Het is niet zo, dat we het er bij laten zitten. Maar we weten beter hoe we moeten reageren, en wanneer. We leren geduldig te zijn. We hebben een prognose uit het verleden. We weten ook dat dat niet altijd een garantie is. Maar we weten wel, dat we vele dingen hebben overleefd, en daarna ook weer leuke tijden hebben meegemaakt. We hebben al even geleefd, en we durven nu beter de toekomst in te kijken. We hebben vertrouwen in ons zelf gekregen. We hebben ons zelf sterker kunnen maken. We zijn beter opgewassen tegen zware dingen die het leven op ons afvuurt.

Ouder worden is dus best wel interessant…

Met een lieve, rustige, milde en vriendelijke groet,

Mel