Missie HTWZ …

Vandaag is Marron Tsaluma een week bij mij. En er was een duidelijk proces zichtbaar. En ik heb heeeeeel wat afgelachen.

Hij kwam vorige week vrijdagmiddag bij mij in huis, en was erg bang voor die grote zwarte kat met zijn lieve witte streepje over zijn neus. Maar daar had Marron geen boodschap aan. Hissen.. Blazen en de nagels uitslaan naar Merlijn, was de eerste reactie.

Merlijn bleef verstandig uit zijn buurt. En ik begon te denken, dat ik het misschien toch niet had moeten doen. Zo’n gedachte van onstaan uit mijn eigen angst dat ze geen vriendjes zouden worden.
Maar mijn eerste gevoel bleek juist. Het heeft een weekje tijd nodig.
En inderdaad, ik zag het blazen en hissen minder worden, en Merlijn kon steeds dichter in de buurt komen.

In zeven dagen tijd was het een zichtbaar proces van Marron, die langzaam begon te wennen. En het blazen ging langzaam over in nieuwsgierigheid en daarna naar het willen spelen met Merlijn.
Maar nu vertrouwd Merlijn het nog niet helemaal. Hij houdt Marron goed in de gaten, want elk moment kan hij belaagd worden door een kitten dat vanuit een wiebelende stand een sprong maakt naar Merlijn.

Toch was er nog wel een heel spannend moment in deze week. Ik heb vrijdag gelijk een afspraak gemaakt voor Marron om hem te laten castreren. Hij liep al met zijn staart omhoog, met die bekende trilling erin. Zo van.. nog even en ik kan sproeien. En ik dacht… No way!

En afgelopen woensdag was hij al aan de beurt. Ik mocht hem om 9 uur ’s ochtends brengen, en kon dan om 13 uur even terug bellen, om te kijken hoe het was verlopen.

Marron vertrouwde me al, en nu ging ik iets doen, dat het vertrouwen kon beschadigen. Maar door Marron gelijk door alle drama te laten gaan, in plaats van wat uit te stellen, hoopte ik, dat dat beter voor hem zou zijn.

Dus daar kwam ik woensdag ochtend aan. De assistentes van de dierenpraktijk moesten gelijk lachen toen ik zei: Ik breng Marron voor HTWZ. Oftwel hakkie takkie weg zakkie. Dat stond ook op mijn whitebord thuis.

Woensdag 9:00 uur Marron HTWZ

Stoer ben ik weg gegaan, Marron achterlatend, en ging ik naar mijn cursus.
Dubbele stress eigenlijk. Want ik moest nog wel op tijd zien te komen.
Iets wat wel vaker gebeurd. Twee afspraken vlak achter elkaar, terwijl ik weet, dat ik dat niet fijn vind, en dat het me stress op levert.
Maar ik was ruim op tijd.. pfew.
En de les ging ook weer hartstikke leuk. Ik mocht zelfs USB sticks weggeven aan de leerlingen. Iets waar ik om had gevraagd, om te kunnen demonstreren hoe je een USB stick kan gebruiken.

Ik was rond 12 uur ’s middags thuis. Erg moe van het lesgeven, maar ik kon nog niet naar bed, want ik moest om 13 uur nog even bellen om te horen hoe het was gegaan.
En om 13 uur gelijk gebeld, en het was super goed gegaan, en ik kon om 15 uur terug bellen, om te horen wanneer ik hem kon ophalen.
Gelijk mijn bed ingedoken, en wekker gezet.

Om 15 uur gebeld, Marron was nog wat slaperig, en ik mocht hem over een uurtje ophalen.
Drie kwartier later vond ik het best, ik ging Marron halen.

Bij de dierenarts kreeg ik nog wat informatie over zijn operatie, kreeg ik nog wat mee tegen ontstekingen, en met het advies Marron minimaal 10 dagen binnen te houden. (Het is dan tegen kerst tijd, en het knallen buiten is al aan de gang, dus ik denk dat ik Marron tot en met het oud en nieuw ga binnen houden, was ook wel verstandig vonden de assistentes van de dierenarts.)

Marron liet vanuit zijn bakje al weten dat hij wakker aan het worden was, en het er niet mee eens was.
En thuis gekomen was ik benieuwd hoe hij zich zou gedragen.

Al mijn angst voor niets. Als of er niets gebeurd was. Hij ging gelijk weer spelen met zijn speeltjes, nadat hij zich op zijn eten had gestort, want hij mocht dindsdag avond na 21 uur geen eten meer hebben.
Daarna zag ik Marron Merlijn een neusje geven. En ik voelde me ineens erg gelukkig.
Alles was goed gegaan. En de twee kattenheren kwamen nader tot elkaar.

Marron heeft nog 1 nachtje bij mij geslapen, maar begon nu toch echt irritant te worden. Ik hoorde hem van alles uitspoken op de kamer, en ik dacht, vannacht is de laatste nacht.

En gisteravond was het dan zover. Weer een spannend moment. Ik ging Merlijn en Marron alleen laten. Ik zou alleen luisteren of er geen gekrijs zou komen, maar ik zou niet naar beneden gaan om te kijken of alles goed was.
Ik heb goed en rustig geslapen, en ik had niets gehoord.

Toen ik beneden kwam, kwamen ze me allebei begroeten. En ze wilden brokjes.
Er was helemaal niets gebeurd. Het leek er zelfs op, dat ze weer wat nader tot elkaar waren gekomen, en weer zag ik Marron een neusje geven aan Merlijn.
Ja.. dit komt wel goed. Mijn gevoel zat goed.

En nu zit ik te kijken naar twee slapende katten. Een 8 en half jaar oude zwart-witte kat, en een iets meer dan een half jaar jonge kitten. Er zit precies acht jaar tussen hen. Er van uitgaande dat een kat ongeveer een jaar of 19 kan worden, is Merlijn ongeveer net zo oud als ik nu ben. 45. Tja, ik speel ook niet met de kinderen in de buurt, en hang ook niet meer aan de speel rekken.
En precies dat gedrag zie ik bij Merlijn. Ergens vindt hij het wel grappig, maar hij is alert voor eventuele speelse tikken van dat kleine ding. En er komt totaal geen boosheid vanuit Merlijn. Rustig laat hij het gebeuren. De schat.

Marron ligt nu even te slapen, zometeen begint weer een race moment. Alle speeltjes bij langs, ballen die door het huis stuiteren, een rode mischief erachter aan rennend. Jip, ik moet wat spulletjes veilig gaan stellen.
Heerlijk deze levendigheid van Marron. Kitten gedrag. Hilarisch.
Ik zie hem van alles ontdekken. Dan zie ik hem op de grond vallen, omdat de grote stoel toch niet zo groot is, en hij zich omdraait en valt. Gebeurd geregeld. Tranen in de ogen van het lachen.

Wat fijn om dieren om me heen te hebben. Mijn wereldje is even veranderd in een grappig cartoon.
Ik open de koelkast en Marron zit erin.
Ik open de afwasmachine en Marron zit erin.
Ik open de wasmachine en Marron zit erin.
Ik loop de trap op, en strompel bijna over Marron die door mijn benen omhoog rent.
Ik zoek Marron boven op mijn slaapkamer, en ineens duikt er een kopje onder de dekens uit, want hij had zich daar verstopt.
Ik hoor iets vallen, oh.. er lag een bal achter de dweilstok, en die ligt nu met een klap op de grond, maakt Marron niets uit, hij heeft het balletje weer.
Ik hoor weer geluid. Ik ga niet kijken wat er valt, de belangrijke dingen staan nu nog veilig.
Ik hoor iets in de kattebak. Quasi zucht. Vanaf het begin vindt Marron de kattebak wel erg leuk. Je kan er in graven, je kan er in duiken. Erg leuk…… Quasi zucht…
Ik ga zo wel even stofzuigen.

Met een lieve kattekrabbel,

Mel

Advertenties

Ver-ander-ing …

Veranderen. Jezelf veranderen. Tot hoever is dat mogelijk? En wat wil je veranderen?
Eigenlijk wilde ik niet veranderen. Als klein meisje was ik al een kind dat wist wat het wilde. Maar ik was ook ‘braaf’, regels waren regels, en daar hield ik me aan. Toch ben ik ver-ander-d. En nu ik over een anderhalve week 46 ga worden, kan ik nu goed terug kijken op al mijn veranderingen.

Ik heb me laten veranderen door de maatschappij. Iets wat ik niet door had, iets wat gewoon gebeurde en dus gewoon was.
Alles wat je leert als je jong bent, is normaal, dat hoort bij het leven. Tot dat je ouder wordt, en kennis begint te krijgen, en gaat inzien, dat het allemaal niet zo normaal is.

Bijvoorbeeld school. Ik had op school, en vooral de middelbare school, al veel kritiek op de wijze waarop les gegeven werd. Ik vond sommige dingen onzinnig, en/of ik begreep niet wat ze me wilden leren.
Met rekenen en taal is het wel duidelijk. Je leert schrijven om te kunnen communiceren, je leert rekenen, zodat je kunt tellen, en vermenigvuldigingen bij de dagelijkse taken.

Maar geschiedenis en aardrijkskunde vond ik wel interessant, maar ik begreep niet waarom ik sommige dingen moest leren.
En nu ik veel meer kennis heb dan toen, vraag ik me nu af, waarom we geen bredere geschiedenis kregen, dan de Nederlandse geschiedenis.

Maar dat afvragen van mij, was ook onkunde. Ik vind het nu wel leuk, dat ik weet uit hoeveel aardlagen de grond bestaat. Of wat er gebeurd in urban steden of hoe het vergaat op het platteland.
Toch had ik best kennis willen hebben over meer landen dan alleen Nederland.

En dan de voorbeelden die gebruikt worden om een opdracht te maken. Aan de ene kant zijn ze kinderlijk en tegelijkertijd heeft geen enkel kind een connectie met het voorbeeld, waardoor de motivatie snel vervaagd tijdens de les.
Dat was vroeger al zo, en ik hoor van mijn neefje dat het nog zo is. Triest.

Tijdens mijn schooltijd heb ik geleerd hoe ik me moet gedragen, hoe ik moet zijn, wat mijn normen en waarden zijn. En ik heb dat allemaal klakkeloos aangenomen. Ik werd veranderd. Mijn autonome ik kwam steeds meer in een kastje te staan, en de gemanipuleerde oftewel mijn gehersenspoelde ik, nam het over.

En het vreemde is, ik dacht dat ik autonoom was, dat ik mezelf was. En pas na mijn 30e begon ik in te zien, dat ik totaal mezelf niet was. Er viel toen een aantal puzzel stukken op hun plek, die ik al verzameld had. Ik begon in te zien, dat ik op anderen reageerde, ten koste van mezelf.
Afspraken maken ging volgens de agenda van anderen. Ik paste mezelf aan.
Ik droeg kleding die algemeen geaccepteerd waren, maar ik droeg niet wat ik het liefst zou dragen.
Ik lachte naar iedereen om iedereen tot vriend te houden. Zelfs als ik iemand niet zo mocht. Alles voor de lieve vrede.

Ik was de perfecte burger terwijl ik dat totaal niet wilde zijn. Ik kocht wat op de reclame te zien was, want dat moest je hebben.
Ik probeerde qua kleding mijn eigen stijl te hanteren, maar uiteindelijk bleef er een redelijk brave outfit over. Ik was erg bezig met verschillen tussen arm en rijk en intelligent en laag geletterden. Want ik moest weten waar ik stond.
Ik wist al dat ik niet slim was. Want ik had eigenlijk naar de huishoudschool gemoeten volgens de Cito toets en mening van de leraren. Uiteindelijk heb ik de HAVO gedaan.

Maar ik bleef geloven in mijn niet intelligente ik. Want dat was de waarheid die mij als kind was verteld. En ondanks dat ik niet echt mijn best hoefde te doen voor school, bleef ik mezelf dom vinden.

En al die onzekerheden spelen nog steeds in mij. Alsof het in mijn brein is gebrand. En ik voel me schuldig, als ik niet ‘braaf’ mee doe.
Toch is er iets veranderd. Of beter gezegd. Ik ben bezig met een verzelfing.
En dat is een langdurig traject. Het is nu 2018, dat houdt in, dat ik nu 8 jaar bezig ben met mezelf te verzelven.

Nu moet ik zeggen dat ze mij bij het GGZ erg in de war hebben gemaakt. Ook daar doen ze het op de wijze zoals op de scholen. Ze presenteren iets, en denken dat jij het wel begrijpt. Dus je moet iets doen, en dan kijken hoe het met je gaat.
Alsof ze je een stroomstoot geven, en kijken of je om valt of niet.
En volgens hun, is het gewoon iets wat bij het programma hoort.

Ik heb destijds niet veel tegengas gegeven. Want ik had mezelf de opdracht gegeven te luisteren, te doen, en kijken wat er gebeurd. Want wat ik zoal had geprobeerd, dat hielp niet.
Toch heb ik geweigerd om met PMT mee te doen. Ik heb het wel geprobeerd, maar ik voelde met gewoon erg ongemakkelijk bij Psychische Motorische Therapie.
Je zit dan in een gymlokaal, en je moet samen kijken wat je grenzen zijn.
Nou heb ik weinig met gymzalen als er anderen mensen zijn.
De een zit met een bal te gooien, wat ik niet vertrouw, qua geluid van de bal, en waar de bal terecht kan komen. En zo heb ik nog wel meer prikkels die mij zodanig onderuit halen, dat ik daar niet wil zijn.

Maar toen ze me na 4 jaar in een 3e groep wilden gooien, met een andere benaming, kreeg op voor de 3e keer hetzelfde voor de kiezen. En voor mij kwam het erop neer, dat ik mijn ene andere ik voor een andere ik moest gaan inruilen.
Opnieuw mocht ik weer niet mezelf zijn. En dat begon te werken in mij.
Mijn dwarsheid kwam terug, en ik werd boos. Maar lees hier vooral ONMACHTIG.

Ik had toch om hulp gevraagd? Waarom moest ik een programma volgen met mensen, die zoveel anders waren dan ik. Die andere problemen hadden. Die ik dan weer mee naar huis nam. En erger nog. Ik vond elk probleem erger dan die van mezelf.
Dat iemand alleen een scheiding had meegemaakt, en vergelijking tot hetgeen ik had meegemaakt met ongewenste intimiteiten, bedreigingen, mijn eigen psyche die me niet beschermde, was mijn probleem nog steeds minder erg dan die van een ander.

Ik nam mezelf dus niet serieus. Ik hield niet van mezelf. Door wat ik had geleerd, wist ik niet beter, dan dat een ander beter was dan ik. Ik was volledig vervangbaar en totaal niet belangrijk.
En als iemand beweerde dat dat niet zo was, dan knikte ik meegaand met de persoon, maar ik geloofde het niet.

Het laatste half jaar merk ik iets in mij op. Ik merk dat ik steeds meer mezelf durf te zijn. Steeds vaker laat ik mezelf zien, in plaats van de politiek en maatschappelijk correcte Mel.
Ik voel me ook steeds minder schuldig als ik mezelf ben. Ik blijf steeds vaker bezig met het geen waar ik mee bezig ben voor ik me omdraai naar iemand die mijn aandacht vraagt.

Daarentegen merk ik ook op, dat ik niet alles makkelijk kan terug draaien van een ander naar mezelf.
Ik voel me erg gemanipuleerd daar in door de maatschappij. Ik ben boos op mezelf dat ik er in mee blijf gaan, terwijl ik het los wil laten. En ik ben boos op de maatschappij, dat ze het toelaten.
Ik heb het vooral over alles wat je in het nieuws en reclames ziet. Telkens wordt in dergelijke media getoond hoe jij moet zijn, hoe jij moet reageren, hoe jouw huis eruit moet zien, hoe vaak je je moet douchen, hoe je wc rol moet hangen, hoe dun je moet zijn, hoe je haar eruit moet zien, dat je moet sporten, dat je elke dag moet douchen, dat alles via de mobiel moet, dat je geld moet uitgeven anders gaat de economie naar de filistijnen, en alleen als je met heel veel bent, je ergens iets aan kan doen. Dat je moet weten wie in de politiek zit, dat je moet weten wat er in het land gebeurd, je bent verplicht om allerlei mail van de overheid te lezen, allemaal digitaal, niets meer officieel op papier. En alles moet per direct gebeuren.

Tja… wat zal ik zeggen. Het maakt me ontzettend boos. Want ik faal in de meeste opzichten. En ik begrijp nu, hoe dat me raakt, hoe ik daar mee worstel.
En ik begrijp gewoon niet, waarom iedereen daar het zo makkelijk mee heeft.
Want als je de peilingen van geluk in Nederland hoort of leest, dan is Nederland erg gelukkig. Maar ze hebben mijn stem niet geteld, ik ben niet gevraagd om een cijfer aan mijn geluk te geven. Dus, waar zijn de mensen die net als mij, moeite hebben met deze oppervlakkige maatschappij? Net als ik verstopt thuis. Proberen zich zelf af te sluiten van iedereen, om tot rust te komen van alle onzin die om hen heen gebeurd.

Maar ik merk op, dat ik steeds losser word. Hoe zeg ik dit. Ergens geef ik het op, om anders te zijn. Nu ik weet wie ik ben van binnen, lukt het me steeds minder goed om me beter voor te doen. En terwijl ik dat doe, vinden anderen me beter. Vreemd. En ook weer niet. Want ik zelf zie ook liever iemand die oprecht is, dan een masker draagt. En ik denk dat dat is wat er gebeurd. Ik laat steeds vaker mijn echte emotie zien. En dat wekt uiteraard vertrouwen. Maar mensen lijken ook opgelucht als ik dat doe, alsof ze zelf ook even vrij mogen zijn.

Maar wat levert het me op. Dat is ook iets wat erg in mijn hoofd speelt.
Ik kan mezelf niet beter maken. Ik zal altijd naar mijn eigen ritme moeten kijken. Zorgen dat ik niet te veel doe, en dat wat ik doe, dat ik dat leuk vind.
En zo makkelijk is dat nog niet. Zoals afgelopen week bijvoorbeeld.

Even een kort en bondige opsomming.
Maandag een muur in mijn huis gestuct. Mijn handen zijn nog beschadigd van de kalk in de rotband.
Dinsdag cadeautjes kopen voor 22 kinderen. Erg leuk geweest.
Woensdag eerst naar een afspraak van de internist, en daarna zorgen dat ik op tijd bij de cursus ben, om les te geven.
Donderdag beetje op adem komen, en wasgoed en gedweild.
Vrijdag boodschappen en ’s avonds inpakken van de pepernoten en chocoladeletter voor de kids.
Zaterdag mee helpen tenten opzetten voor de Sint. Inrichten met versierselen. Nog snel nog wat vergeten boodschapjes doen. Feestje Sint. Tenten afbreken.

En tijdens het tenten afbreken vernam ik dat ik er volledig doorheen zat.
Ik voelde me kribbig worden. Boos. Ik wilde er mee klaar zijn, ik wilde naar huis, en ik wilde geen vraag meer beantwoorden, ik wilde helemaal geen gesprek meer, en eigenlijk wilde ik het liefst 12 uur achter elkaar slapen.
Ik voelde hoe andere gevoelens omhoog kwamen. Onzekerheid, verdriet, alles stom vinden, alles irritant vinden.

Het verschil met vroeger is, dat ik weet wat ik moet doen, en wat ik beslist niet meer moet doen. Wees lief voor mezelf, en doe alleen dat wat je nog aankan.
Dat houdt voor mij in dat ik iets moet gaan vinden om te tekenen, dat ligt allemaal binnen handbereik. Ik zet dan fijne muziek op, of ik zet netflix aan, zodat ik me niet hoef te ergeren aan reclame. Ik ga dan rustig zitten, en laat de boel de boel. Ik zat nog te twijfelen om mijn vriendin af te bellen, maar dat heb ik toch maar niet gedaan. Haar kan ik wel hebben in deze toestand.

Maar het blijft een toestand waar ik me voor schaam. Ik wil niet dat iemand mij zo ziet. Ik wil alleen zijn, zodat ik niet kribbig kan reageren naar iemand toe.
Ik wil gewoon mijn ding doen, zonder kritiek of mening van een ander. Mijn vriendin heeft laten weten, dat hoe ik ben, als ik zo ben, haar niet raakt. Die wetenschap maakt het prettig dat ze er is. Daarnaast had ik een leuk cadeautje voor haar. En wilde dat haar heel graag geven.

Zo weet ik ook nog niet, of ik doorga met lesgeven. Uiteraard ga ik deze cursus wel afmaken. Maar ik weet nog niet, of ik een nieuwe klas aankan. Ik vind het wel heel leuk om te doen. Maar ik ben zo vermoeid als ik thuis kom, dat ik eerst moet slapen. En dat zorgt ervoor dat ik niet meer de dingen kan doen, zoals huishouden.
Of ik moet toch eens gaan kijken of ik huishoudelijk hulp kan krijgen. Zodat ik daar hulp bij heb.

Vandaag is mijn weekend. Vandaag even niets. Vandaag gewoon laten komen en gaan. Morgen zien we wel. Over anderhalve week ben ik jarig, dus ik ga een beginnetje maken met alles wat ik schoon wil hebben.
Voornamelijk de vloer, want die ziet hier en daar nog wit van het stucen. En dat moet ik met azijn water schoonmaken, en mijn handen zeggen…. NEEEEHHHHHH!!!!
En heel veel hoeft er gelukkig ook niet te gebeuren. Gordijn wassen misschien, even de rook geur eruit. Ach… en ze komen toch bij mij, ze weten toch wie ik ben, en daar hoort ook bij, dat het niet altijd eruit ziet als een plaatje in een woon- en klusblad.

Met een chaotische vriendelijke groet,

Mel

Tsaluma …

Ik heb er al een lange tijd over na zitten denken om een katje erbij te nemen.
Ik ben steeds vaker een hele dag van huis, en ik weet dat Merlijn het wel fijn zou vinden om een vriendje te hebben.
Nou heeft hij wel een vriendje, de kat van de buren, maar die is oud en heeft pijn in zijn heupjes, dus ik verwacht niet echt dat dat beestje nog veel ouder wordt.

En terwijl die gedachte door mijn hoofd spookt, vertelt Seldon mij, dat ze kittens hebben, die weg moeten. Dat was twee weken terug.
Seldon is een Tibetaans meisje van ongeveer 18 jaar, en is het nichtje van de kunstenaar van het museum waar ik nu in de weekenden werk.
Seldon en ik werken dus veel met elkaar, en het klikt goed tussen ons.
Gezellig.

Dus… vorige week hebben Seldon en ik bedacht dat het wel iets zou zijn om het katertje aan mij toe te bedelen. Ik wilde ook het liefst een katertje.
Het beestje is rood en wit, of beter gezegd, kastanje oranje. Seldon zegt dat hij een mandarijn kleur heeft, en dat ze het beestje nu Tsaluma noemen, en dat hij katertje goed op die naam reageert.

Nou ben ik wel van de speciale namen geven aan dieren, en eigenlijk is Tsaluma wel een leuke kattenaam. Het betekent mandarijn in het Tibetaans.

Vorige week zaterdag is Tsaluma met mij meegeweest voor een nachtje proefslapen.
Ik had er alle vertrouwen in. Want ik ken mijn Merlijn, en dat is zo’n lieverd, die zoekt geen ruzie, en als een kat tegen hem blaast, dan kijkt hij hooguit beteuterd, om daarna zich gewoon om te draaien en weg te lopen.

En daar was Tsaluma. Een katertje van zes maanden, die driftig zit te blazen tegen Merlijn. Merlijn probeert voorzichtig toenadering te zoeken, maar hoe dichter hij bij Tsaluma komt, hoe erger het blazen en grommen werd.
Merlijn kijkt me aan, en ik zeg dat hij nog wat geduld moet hebben. Tsaluma moet nog wennen. En Merlijn kruipt in zijn mandje. Wat dat betreft is Merlijn wel geduldig.

En daar zat het kleine ding in de keuken. In de kamer durfde hij niet te komen, want daar was Merlijn.
Tsaluma reageerde gelukkig wel goed op mij. Ik heb hem wat lekkers gegeven, wat een kitten mag hebben, en hem de ruimte gegeven.

Tegen bedtijd zat ik te denken wat ik het beste zou kunnen doen. Er zou geen kattengevecht komen, daar doet Merlijn niet aan mee. Maar ik wilde wel een vlucht mogelijkheid geven. Dus… ik heb de deuren open gelaten, zodat èèn van hen naar mij kon komen op mijn slaapkamer.
Tsaluma had dat snel ontdekt, en heeft heerlijk rustig bij mij geslapen.
Merlijn heeft nog geprobeerd in de buurt te komen, maar Tsaluma vond dat nog te eng.

De volgende dag ging Tsaluma terug naar zijn vader en moeder en zusjes. Hij werd niet gelijk weer geaccepteerd zei Seldon, en hij was wat rustiger.

Zojuist heb ik een berichtje naar Seldon gedaan, hoe gaat het met Tsaluma, en hoe laat kan ik hem morgen ophalen?

Dus binnenkort meer over deze nieuwe huisgenoot 🙂

Met een vriendelijke kattekrabbel,

Mel

Lesgeven …

Ja ja … Juf Mel is aan het lesgeven. De pc cursus is begonnen. Ik heb een volledige cursus geschreven, van ongeveer dertig pagina’s en vorige week woensdag was mijn eerste les dag.
En alles ging aardig zo als ik had verwacht. Zo goed als.

Wat een happening was het voor mij vorige week. Ik had al de vertrouwen van de gemeente mensen, die de cursus wilden aanbieden aan uitkering gerechtigden, nadat ik mijn puntenlijst, en later de hele cursus naar hun had toegestuurd.
Maar ik, als controle freak, moest elk puntje op de i hebben. Alhoewel… ik had al heel wat gesprekken met mezelf hierover gehad. Ik heb de kennis die nodig is, en het enige wat ik wilde weten is, hoe doe ik het voor de klas. Gaat het net zoals ik het in mijn hoofd had?

Ik kwam om 9 uur ’s morgens bij het pand aan. De twee gemeente mensen, waar ik al gelijk een leuk contact mee had, hadden de ochtend voor mij en de cursus vrij gemaakt.
We gingen naar de vergaderruimte waar we de cursus gingen houden. De laptops hebben we erbij gehaald, aangesloten op het stroomnetwerk en op het internet aangesloten. Mijn laptop op de beamer aangesloten en nu was het wachten op de cursisten.
Het zouden er op papier zo’n 8 zijn. Vijf kwamen opdagen, en èèn werd weer naar huis gestuurd.

De man die naar huis gestuurd werd, was bezig om Nederlands te leren, en wilde alles tegelijk. We vonden het erg goed van hem, dat hij zoveel wilde, maar we hebben toch maar gezegd, dat het beter was, om eerst Nederlands te leren, en daarna de pc cursus te gaan doen. Hij was wel opgelucht.

Dus daar stond ik met mijn vier leerlingen voor de klas. Twee mannen en twee vrouwen, allen ouder dan ik.
De twee vrouwen zijn aardig gelijkwaardig. Ze willen graag leren, en staan er open voor wat ik te vertellen heb.
Èèn van de mannen is buitenlands, kent Nederlands, maar vroeg of Engels af en toe ook mocht. Toch leek hij goed mee te komen, en veel mee te krijgen wat ik zeg.
De andere man is echt een lompe man. Hij begon gelijk al met wat hij wilde leren, hij had inlogproblemen. Maar toen ik begon met de vraag om naar de verkenner te gaan, met mijn hulp op het scherm van de beamer, kwam hij niet ver.
Een map aanmaken in de verkenner, leek hij ook niet te kunnen.
Dus ik vroeg hem vriendelijk, dat als hij wel met een pc om kon gaan, toch mee wilde doen. Hij vond dat ok. Ik heb hem geregeld geholpen, zonder te laten blijken dat ik wel begreep dat hij niet zoveel kennis had.

Na twee uurtjes les geven, kon ik met een voldaan gevoel terug kijken.
Ik zag mezelf het eerst kwartier zenuwachtig door het eerst deel van het cursus materiaal gaan. Geloof dat mijn stem wel tig keer is overgesprongen. En toen kreeg ik het gevoel van, het komt wel goed. En toen begon de les voor mij echt.

Ik heb zin in morgen, dan is lesdag twee. Ik weet nu al wat ik met de cursisten wil doen. Eigenlijk meer wat ze zelf hebben aangegeven vorige week. We duiken eerst de verkenner weer in, en gaan daar wat meer informatie over geven.
En dan gaan we naar wordpad, om kennis te maken met tekstverwerking.

Ik was erg bang dat ik het niet leuk zou vinden. Iets wat snel gebeurd bij mij. Is nog al een puntje. Maar het gevoel dat ik nu heb is gewoon fijn. Ik heb er zin. Nog èèn nachtje slapen, en ik mag mijn kennis weer delen.

Gelukkig ben ik niet meer zo verkouden. Dat was vorige week een ander verhaal.
Vorige week dinsdag zat ik met een heel vervelende hoest, die begon zodra ik begon te lachen. Of te veel inspande. Dus ik gelijk naar de winkel om allerlei antihoestdrugs in huis te halen, om woensdag te kunnen blijven praten.
Dat is me dus gelukt. Zo goed als niet gehoest.

En toen ik ’s avonds thuis kwam, moest ’s middags nog naar verjaarsfeestje van mijn broer, zakte ik in en sloeg de verkoudheid volledig toe.
Dus kon ik ook even niet naar het museum in het weekend, wel jammer, maar ik moest even uitzieken.

Gister ging het eindelijk beter mijn mijn hoesten, en vandaag nog beter, dus, morgen ben ik weer helemaal klaar voor.

Met een vriendelijke lesgevende groet,

Mel

Ramptoerisme …

Zondag reed ik even naar het winkelcentrum om wat boodschapjes te halen. Maar aan het einde van mijn straat kon ik niet verder. Er was een man bezig twee auto’s te laden op zijn vrachtwagen. Duidelijk dat hier een ongeluk was gebeurd. De politie auto had ook nog een deel van de weg afgezet, dus ik moest wachten.
Dus de auto uitgezet, en rustig zitten kijken naar het opladen van de laatste auto en zien hoe de rommel opgeruimd werd. Op zich wel interessant om eens te zien wat er zoal gebeurd na een ongeluk. Hoe werken verschillende mensen samen.
Ik zag de agent de man van de wegenwachtdienst mee helpen de rommel op te ruimen. Een andere agent was in gesprek met een groepje mensen die in de berm stonden. Maar ik zag ook hoe hij oplette op wat er zoal om hem heen gebeurde.

Nog geen vijf minuten later kon ik door rijden. En ik zat eigenlijk aan mijn eigen ongeluk te denken. Nadat ik met de ambulance was afgevoerd, moesten de agenten nog beginnen met dat werk. Dus dat kon ik niet zien. Maar op deze manier kon ik mijn eigen verhaal wel invullen.

Nou komt er geen moment in mij op, om een foto te nemen van de situatie. Ik zou dat echt nooit doen. Het voelt als of je inbreuk op iemand maakt. En dat was voor mij ook al zo, toen er nog geen mobiele telefoons waren.
Vorig jaar hebben we een huis in brand gehad in mijn buurt. Schuin tegen over mij. En ja … ik ben wezen kijken, maar nadat ik zag wat er aan de hand was, ben ik weer naar mijn eigen huis gegaan.
En terwijl ik terug liep, zag ik mensen met mobiel op video stand, naar het brandende huis lopen.
Het stoorde me.

En nu zijn de hulpdiensten het ook zat. En terecht. Het is respectloos. En met dat woord geef ik precies aan, wat er aan de hand is met de mensen die het wel doen. Ze hebben geen gevoel van respect meer. En we weten ook hoe het is ontstaan. Dat is geen geheim, het is iets wat je heel simpel kan ‘lezen’ door naar de geschiedenis te kijken.

Ramptoerisme is er altijd al geweest. Er ontstaat altijd een file aan de andere kant van de snelweg, van waar het ongeluk is gebeurd.
Er zijn altijd mensen die opstaan en naar geluiden toe lopen, die sirenes bevatten. Vooral bij jongeren is de nieuwsgierigheid het grootst.
En eigenlijk is het normaal dat dit gebeurd. Jep, je leest het goed, het hoort zo te zijn.

Wij zijn mensen, en mensen hebben als kudde dier zijnde, de behoefte om anderen in veiligheid te brengen. Ons oer-instinct vertelt ons om in actie te komen.
Daarnaast is er de intrige. We willen weten wat er is gebeurd, en willen het liefst zien met eigen ogen. Toch leren we, dat het niet nodig is, om altijd overal bij te zijn. We leren dat sommige situaties niet fijn zijn om mee te maken, en willen het liever niet zien. En zijn dan gevoelsmatig er begaan met de mensen die het moeten meemaken.

Als je in een dorp bent opgegroeid, dan herken je wellicht nog wel, hoe het daar vroeger ging. Destijds, toen er nog geen mobiele telefonie enzo was. Zodra er iets gebeurde, kwamen er mensen in actie. Anderen die het ook zagen, gingen dan na of ze iets konden doen, en zo niet, dan vervolgden zij hun weg.
En als de hulpdiensten gearriveerd waren, dan zag je mensen afstand nemen, om de hulpdiensten hun werk te laten doen.

Destijds werd al gemopperd op de mensen die erbij stonden te kijken, maar dat niet hoefden. En zo leerde die persoon, dat het niet respectvol was om te blijven staan kijken, als er voor jou niets meer te doen was.
Vaak zijn dat ook mensen, die graag mogen praten. En als je een nieuwe onderwerp hebt, tja… dan is een ongeluk of brand, wel een onderwerp die interessant is.

Maar ook in de dorpen begint het respect voor elkaar weg te vallen. Internet en mobiele telefonie zorgen ervoor, dat we niet langer oog voor elkaar hebben. De verbinding tussen de mensen is weg gevallen. Het is zeldzaam om iemand zonder mobiel in de handen te zien.

Maar laten nog wat verder terug gaan in de tijd. In de tijd dat er nog executies op het plein midden in het dorp of stad werden uitgevoerd. Er zijn genoeg overleveringen die aangeven wat er toen gebeurde. Je had een groep mensen die altijd daar aanwezig waren. Wat daar op het plein gebeurde, ook buiten executies om, werd rond verteld. Een lopende krant, om het zo te zeggen.
Een kanttekening, er was ook een soort verplichting om naar executies te kijken, als waarschuwing. En je kon zelfs bestraft worden als je niet wilde komen naar het plein. En gelijk dat was weer een perfecte reden voor de mensen die het wel wilden zien.

Dit gedrag van de mens is door alle opgeschreven eeuwen heen terug te vinden. Sensatielust. Dingen willen weten om te vertellen.
In de oertijd bijvoorbeeld, dan vertelde je hoe jij als jager een dier had gedood. En hoe groter en gevaarlijker het dier was, de beter het verhaal.
En dat zien we nog steeds terug.
Maar we zien ook wat anders gebeuren.

Steeds meer mensen willen af van het alles willen weten. We hoeven niet meer alles te weten. En des te ouder we worden, des te meer zien we de belangrijkheid van iets in. Wat is tot nut voor ons om te weten, en wat kan beter achterwege gelaten worden. Ik hoef bijvoorbeeld geen enkele informatie over dieren. Ik schiet al in de tranen bij het horen van een verwaarloosd dier.
Een ongeluk vind ik wel interessant. Maar ook hier hoef ik niet alles te zien.
Ik wil niet een mens zien die doorboord is door auto-onderdelen, en stervende is, of al is gestorven.
Voor mij zit er een stukje wetenschap achter, wat is er gebeurd, hoe, en wat is er gebeurd met de voertuigen. Maar ik zoek het niet op. Want de informatie is niet tot nut voor mij. En informatie over dergelijke ongelukken heb ik wel, en kan daarmee wat ik moet doen. Of iemand helpen, of weten dat mijn hulp niet nodig is, en mijn pad verder gaan.

Een andere reden dat dit alles gebeurd, heeft te maken met onze sensatielust.
We lezen kranten, we kijken het nieuws. We willen op de hoogte gebracht worden van wat er om ons heen gebeurd. Aan de ene kant, zodat we wat te bespreken hebben, en aan de andere kant, kan informatie ons ook beschermen.
Eigenlijk zou je kunnen zeggen, dat bij het ontstaan van de krant, de eerste stap is gezet naar sociale media.

Ook de hoeveelheid aan mensen heeft invloed op hoe iemand reageert.
Kom je uit een dun bevolkt gebied, dan ken je veel mensen persoonlijk. En als ze jou niet kennen, dan kennen ze wel een familielid van je. Dit zorgt voor een sociale controle. Op die manier houden we elkaar in bedwang.

Maar in de dik bevolkte gebieden, daar is deze sociale controle niet meer aanwezig. Niemand zal je op de vingers tikken. Hierdoor kan je makkelijker over sociale grenzen stappen. Onbekend maakt onbemind.

Maar hoe gaan we dit nu aanpakken? Weer een verbod ergens op? Sorry, maar ik denk dat we met al die verboden, de verkeerde kant op gaan. Als we iets niet mogen, dan gaan we het juist doen.
Het moet in de opvoeding geïntegreerd worden.
Steden moeten zorgen voor dorpse wijken, waarbij aandacht is voor elk individu.
Geld moet minder belangrijk worden, dat zorgt ook voor grenzen tussen mensen.
Makkelijk gezegd dit allemaal, helemaal omdat wij als mensen niet zo makkelijk veranderen van onze normen en waarden. Wij hebben tijd nodig om een nieuwe of andere vaardigheid aan te leren.

Maar het ramptoerisme moet wel aangepakt worden.
Mijn idee: We gaan mensen er niet op aanspreken, want dan krijg je een grote mond terug. En dan hebben we ruzie. Niet doen. Nope, we gaan verder met waar we nu mee bezig zijn, namelijk: Hulpdiensten laten openlijk hun gevoel zien. Goed dat agenten dit melden. Goed dat er filmpjes gemaakt worden, zoals die van het rode kruis en die van de Duitse televisie.
Vertel in het journaal hoe dit respectloos is, en waarom!
De mensen die dit ook vinden, krijgen hierdoor ruimte om erover te praten. Ze kunnen gaan mopperen. En net als vroeger, als er gemopperd wordt op je gedrag, dan doe je er wat aan.

Vertel de jongeren waarom het niet ok. Leg het ze uit. Vertel waarom. Leer de mensen terug te keren naar hun respectvol gevoel. En doe dit in de, voor hun, zo wel bekende sociale media, dus het plein waar ze nu op staan.

En als dit niet werkt, kunnen we altijd nog, zoals in Duitsland, een wet instellen, dat je een boete krijgt, als je hulpdiensten stoort in hun werkzaamheden.
En weet, dat er altijd een groep mensen zal zijn, die zich niets aantrekt van dit alles.

Met een rampzalige vriendelijke groet,

Mel

Gevangen in mijn emoties …

Gevangen in mijn emoties, zo voelt het. En dat is wat ik mijn hele leven al ervaar. En ook het geen, waar ik zo mijn best voor heb gedaan, om dat op te lossen. Een manier vinden om vrij te zijn in mijn emoties.

Deze zoektocht naar een oplossing, heeft me wel veel kennis opgeleverd. Ik weet nu zo goed wie ik ben en wat ik voel, als ik alleen ben.
En daar zit een punt. Want, zodra ik alleen ben, lijk ik volledig tot mezelf te komen. Dat gebeurd niet direct, maar als het ware als of het van me afvloeit als water. En dan ben ik alleen en voel ik alles wat ik niet kon voelen op het moment dat ik niet alleen was.

Ik werk nu zo’n twee maanden als vrijwilliger in een kunstmuseum. Het museum ligt in een park, en we hebben dan ook veel mensen over de vloer, die even komen kijken. Ik heb inmiddels de meest uiteenlopende gesprekken gehad. Over het algemeen hele interessante gesprekken. Tot nu toe was nog geen dag hetzelfde.
Ik voel me wel op mijn gemak in het museum. Het is een leuk pand, en de sfeer is erg zen. De meeste vrijwilligers ken ik nu, en tot nu toe allemaal leuke mensen.

En toch is er iets wat niet oké is. En dat is dan ook mijn eigen bewustwording van alles wat er tot nu toe zoal in mijn leven is gebeurd.
Het besef dat ik nu begrijp, dat wat ik zo graag had willen oplossen, niet op te lossen valt. Ik zal altijd gevangen zijn in mijn emoties.
En ergens was ik daar al van op de hoogte, maar ik nu het als het ware het echt beleef, het echt ervaar, begrijp ik dat dit niet gaat veranderen voor mij. Het is wie ik ben.

Doordat ik al zolang bezig ben met dit proces, begrijp ik ook de noodzaak van het accepteren. Maar acceptatie is niet zomaar iets wat je beslist. Je kan geen knop om zetten. Maar je kan het wel verlichten. De juiste medicatie, die voor jou werkt, kan al veel verlichten. Een juiste manier van leven, kan ook veel doen. Dit is nogal lastig voor mij, en ik weet nog niet zo goed, hoe ik dat beter kan doen. Het is namelijk een pakketje aan middelen, die je helpen door je leven heen te komen.

Te beginnen met de drie r’s. Rust Regelmaat en Reinheid. Inmiddels heb ik dit aardig in controle, maar ik wil het nog iets beter doen.
Ik merk dat het nog te rommelig is voor mijzelf in mijn huis, waardoor ik niet tot creatieve dingen kom, omdat ik steeds aan hik tegen het huishouden en opruimen van dingen.
Eten zou ook wel wat regelmatiger kunnen. Leren ontbijten in de ochtend blijft een standaard punt op mijn to do lijst.

Naast alle goed intenties die ik heb, om mijn leven zo goed mogelijk te leven, kom ik er nu ook achter, dat het misschien mij nooit zo gaat lukken als ik wil.
En dat is op alle fronten in het leven zo.\
Hoe graag ik alles in orde en regelmaat zie, bestaat mijn hele leven uit chaos.
Er loopt qua werk geen rode lijn in mijn leven, qua studies heb ik ook niet echt èèn specifiek vak waar ik veel van weet. Meer van alles een beetje.
Het mannetje kindje verhaal, is ook volledig aan mij voorbij gegaan.
En het drama dat financiën heet, al die tig verschillend bedrijven die van alles op sturen waar ze een handtekening voor nodig hebben, of een bedrijf die weer es een kopie ergens voor nodig heeft, allemaal verstorende berichten in al een bestaande wereld van chaos.
De televisie programmering is ook chaos geworden, je weet gewoon niet meer wanneer er iets op is. Je kan niet meer verheugen op een vervolg van een programma, want de programmamakers doen maar wat.
Mijn vrienden hebben ook niet echt structuur in hun visites. En ze komen altijd op een moment dat ik liever in een pyjama voor de buis hang, want het is avond en ik wil eigenlijk in alle rust moe worden, zodat ik tijdig kan slapen.
Maar goed, ze werken overdag, en ik in het weekend nu, dus… vooruit dan maar weer.

Dus al die chaos en onrust is niet echt goed voor mijn gemoedsrust. Al die verschillende prikkels die andere mensen op je afvuren, zijn niet meer af te weren. Dus kom ik altijd oververmoeid thuis, want ik kan het niet verwerken.

En thuis begint het verwerkingsproces, en voel ik me in een depressief gevoel terecht komen. Ik wil niets meer, kan niets meer, en ben bijna catatonisch.
En dan krijg ik een berichtje of ik mee wil naar een concert. Graag, maar nee. Ik kan niet meer. Ik verdraag niets meer. Ik zou al flippen als mijn sleutels per ongeluk uit mijn handen zouden vallen. Ik weet dan wat ik moet doen. Gewoon pc of tv aan, en spelletje doen, of film kijken. Zo min mogelijk inspanning
En dan komt er weer iemand aan………. zucht.

Altijd moe, en altijd energie tekort. Mijn darmziekte helpt nou ook niet echt, om energie vast te houden, integendeel zelfs. Mijn Crohn trekt me ook nog eens elke dag leeg. Ook dat vind ik lastig te accepteren, het moe zijn, het altijd maar moe zijn. Nooit zomaar spontaan met vrienden naar een concert kunnen gaan.
Het maakt me verdrietig. Stom gevoel.

Als ik alleen ben, dan komt het allemaal op mijn af. Alle gesprekken die ik heb gehad, spelen in mijn hoofd. Heb ik iets fouts gezegd? Heb ik iemand pijn gedaan met wat ik heb gezegd. Ben ik niet te dominant geweest. Heb ik iemand gepasseerd? Vragen vragen vragen en ontzettend veel onzekerheid en angst.
Ik voel het door mijn lichaam gaan, en het doet zeer.
En ondanks dat ik steeds beter weet, mezelf rustig te praten, door mezelf te vertellen dat ik mag zijn wie ik ben, en dat ik niet te veel moet nadenken over iets, en dat het vaak allemaal wel weer losloopt, blijft het pijnlijk gevoel mij tergen.

Dus accepteren is niet makkelijk, zolang je met andere mensen te maken hebt. En ik kan niet zonder andere mensen, want ik voel ook, dat ik ze nodig heb, om me beter te voelen. Lastig lastig allemaal.

En ik kan je vertellen, dat het niet fijn is, als je tegen iemand als mij vertelt, wat je zo allemaal wel kan. Naar de sportschool gaan, of een paar baantjes trekken in het zwembad, even een avondje naar een concert, even een avondje naar vrienden, even een dagje de tuin om spitten, even een paar weken uittrekken om het huis te schilderen….
Want al die activiteiten zou ik willen doen, en ondertussen zit ik als een zoutzak in mijn stoel, mezelf af te vragen hoe ik het toch voor elkaar kan krijgen.

Als ik een partner had, zou dat al meer motiveren. Want ik weet, dat juist door iemand om je heen te hebben, je vanzelf meer doet.
Maar goed, ik en even een partner zoeken die echt bij me past. Ben al bijna 16 jaar alleen, heb daar dus niet zo’n groot vertrouwen in, laat staan hoop.

Ik heb nu dan vrijwilligers werk, dat helpt. En dat is dan ook èèn van mijn oplossingen, om onder de mensen te zijn. Maar waar ik nu ook van merk, dat het niet de symptomen oplost. Maar het activeert me wel. En dat is een goed ding.

Ik hoop dan ook, dat door het vrijwilligers werk, ik mezelf steeds beter kan gaan voelen. En dat ik dan langzaam steeds beter mijn dagelijkse routine van de drie r’s kan vasthouden. En dat ik gemotiveerd raak om weer dingen te doen, zoals sporten en klussen.

Alles wat ik nu aan het doen ben is nieuw. En nieuw betekend dat er een gewenningsperiode aan vast zit. Een aantal maanden om te wennen aan alles en iedereen. En zodra er een soort van ritme in zit, en ik me vrijer voel, dan pas kan ik eigenlijk weer wat nieuws erbij hebben.
Dus eigenlijk moet ik het depressieve gevoel van nu toe schrijven aan de continue veranderingen in mijn leven. Want eigenlijk vind mijn brein dat niet fijn.

Ik ben best wel benieuwd hoe het mij zou zijn vergaan als ik wel een leuke partner had, en dat ik al jaren bij een zelfde bedrijf zou werken, waar ik alles en iedereen zou kennen. Als mijn leven in een continue ritme was gelopen, had ik dan deze problemen die ik nu heb ook ervaren?

Ja, want ik zou moeite blijven hebben met de prikkels, waar ik eigenlijk altijd moeite mee heb, zoals drukte, wanorde, mijn darmproblematiek.
Maar mocht ik een baas hebben, die daar begrip voor had, dan had ik misschien een baan, waarbij mijn eigenaardigheden aanwezig mogen zijn.

Ik kan niet veranderen wie ik ben. Maar ik kan wel veranderen hoe ik mijn leven leef. Het kost tijd, maar het kan wel. Je verliest ook veel, want je moet grenzen trekken. Maar je wint wat levenskwaliteit. Je moet egoïstischer worden, ondanks dat dat pijn doet.
Want niemand helpt je en kan je helpen. Niemand komt naar je toe, als je het niet meer trekt, want ze weten gewoon niet wat ze moeten doen, en ze zijn bang voor wat het met hun eigen gevoel doet.
Weet dat je alleen staat in je gevoel. Als je dat kan, en niet meer afhankelijk bent, of iemand je wel of niet komt helpen, dan kan je beter voor je zelf er zijn. Het sterkt je. Het is niet leuk om het te moeten doen, maar het hoort bij een beschermingsmechanisme.
Verwacht niets van niemand, en je wordt niet teleurgesteld.

Het klinkt hard, maar het werkt wel voor mij. Het helpt me ook bij het accepteren, het geeft rust.
Nadeel is wel, dat ik niemand kan vragen om te helpen. Want dan moet ik iets gaan verwachten van iemand. Dat ze me komen helpen op de tijd dat ik ze nodig heb, en dat ze het ook nog doen, zoals ik het wil. En mezelf kennende … laat maar. En dus moet ik alle klusjes zelf doen. En ik kan niet alles zelf.
Lastig lastig.

Voorlopig blijf ik nog wel gevangen in mijn gevoel. En het voelt steeds meer oké. Ik leer steeds beter mijn grens te trekken. Maar het blijft nog wel een gevecht. Een zeer vermoeiend gevecht. En ik hoop zo, ik hoop zo dat mijn plan, om zo regelmatig mogelijk en gezond mogelijk te leven, dat ik me steeds beter ga voelen, dat mijn gevoel sterker wordt, en dat ik niet steeds in mijn gevoel en hoofd zit.

Met een vriendelijke en acceptatievolle groet,

Mel

Lerares …

Ook zoiets grappigs. Lerares. Ik zal het uitleggen.
Alles wat ik zelf heb geleerd wil ik doorgeven aan anderen. Het is iets wat in mij zit. Maar ik zie het ook terug bij mijn vader, mijn moeder en mijn broer. Elkaar continu willen vertellen hoe het moet of hoe het zit.
Het maakt niet uit waar het over gaat, zodra een van ons er iets over weet, dan wordt het ongevraagd uitgelegd.

Dit kan je prima binnen je eigen gezin doen, maar daar buiten moet je oppassen. Niet iedereen is er van gediend om de les gelezen te worden, zoals het vaak over kan komen. De betweter. En zo is het eigenlijk niet, het is gewoon de behoefte om kennis te delen. Alhoewel ik mijn tonatie in de loop der jaren wel heb aangepast bij mezelf. Het betweterige is er af, en ik laat iedereen ook vaker eerst wat rond ‘klooien’ alvorens eventuele hulp te bieden. Want je leert het sneller, als je het zelf probeert uit te vogelen.

Toch ben ik de enige in de familie, die nog niet echt heeft lesgegeven. Mijn vader, moeder en broer zijn allemaal rij-instructeurs geweest, en hebben dus lesgegeven. Mijn moeder heeft ook nog eens les gegeven op een school voor schoonheidsspecialisten. Dus, eigenlijk zou het niet raar zijn, dat ik ook ergens voor een lerares zou zijn.

En jep, het is zover. Ik ga ook een lerares zijn. Eind deze maand begint een cursus, die ik elke woensdag ochtend ga geven, twee uurtjes, en acht weken lang.
Wat ik ga geven? Ik ga een cursus geven om cursisten de basis kennis van pc gebruik te leren.

Voor een aantal weken terug werd ik gebeld door mijn vrijwilligers-begeleidster. Ze had iets, en vroeg zich af, wat ik er van vond. Een eenmalig job. Een groep mensen een cursus basis pc kennis te geven.
Ik antwoordde dat dat juist wel iets was, wat op mijn lijf geschreven stond. Door mijn werk in eerste-lijns support, waar ik jaren gewerkt heb, bij verschillende bedrijven, om mensen met pc problemen uit de brand te helpen, heb ik veel geleerd. Maar ik kreeg ook vaak mensen aan die lijn, die specifiek naar mij vroegen, omdat ik de gave had, om al die moeilijke pc dingen simpel uit te leggen.

En dat mag ik nu gaan doen. De gemeente heeft een groep mensen aangeschreven, die eind oktober beginnen met een acht-weekse cursus basis pc kennis.
Ik ben vorige week naar de locatie geweest, waar ik de cursus ga geven, en waaaauuuuwwwww, ik ben nog enthousiaster.
Ik krijg twee lokalen tot mijn beschikking. Een grote kantoorruimte en een vergaderruimte. In de vergaderruimte zijn de benodigde dingen aanwezig, zoals een beamer, en white-board, en ik krijg ook nog een flip-over.
Ik en de cursisten krijgen een laptop in bruikleen. Dus… ja… alles wat ik nodig heb is er. Blij blij blij.

Maar goed, er moest ook nog een lesplan komen. Hoe vul je acht weken in.
Dus vanmorgen heb ik alles, wat ik al wekenlang aan het brainstormen ben, op papier gezet. Of beter gezegd, in een tekstbestand. Maar ik wil jullie ook wel laten zien, wat ik er van gemaakt heb. Het is een eerste opzetje. En meer een leidraad, zodat ik de belangrijkste dingen niet vergeet.

Hier mijn lesplan:
Cursus basis PC kennis

Les 1 en 2: Introductie en uitleg over de PC

⦁ Introductie
⦁ Wie is de lerares?
⦁ Wie zijn de cursisten?
⦁ Wat willen de cursisten leren, en wat kennen ze al?
⦁ Uitleg over de hardware van de pc
⦁ Welke onderdelen zijn altijd aanwezig in een pc?
⦁ Uitleg over de functies van de hardware.
⦁ Wat is verschil tussen hardware en software?
⦁ Uitleg over de software van de pc
⦁ Wat is basis software
⦁ Operating system/besturingssysteem
⦁ E-mail programma’s
⦁ Tekstverwerkingsprogramma’s (Word)
⦁ Rekenprogramma’s (Excel)
⦁ Presentatieprogramma’s (Powerpoint)

Les 3: Installeren Randapparaten en Provider apparatuur

⦁ Wat zijn randapparaten?
⦁ Printers /faxen
⦁ Telefoons
⦁ Cardreaders
⦁ Externe harde schijven
⦁ Installatie van randapparatuur.
⦁ Installatie randapparatuur van de provider
⦁ Wat is een provider
⦁ Wat heb je nodig en hoe installeer je dit?

Les 4 en 5: Gebruik verschillende software producten

⦁ Wat kan je allemaal met je e-mail doen?
⦁ Binnen komen en uitgaan van e-mail berichten.
⦁ Instellen mappen/archivering.
⦁ Wat kan je zoal met tekstverwerking doen?
⦁ Schrijven en opslaan.
⦁ Maken van een folder met afbeeldingen.
⦁ Hoe zit dat met rekenprogramma’s?
⦁ Oefenen simpele berekeningen.
⦁ Uitleg wat er meer mogelijk is met een rekenprogramma.
⦁ Maken diagrammen van berekeningen.
⦁ Maken van presentaties.
⦁ Hoe maak je een simpele presentatie?
⦁ Downloaden programma’s voor eigen gebruik
⦁ Wat is er zoal te downloaden?
⦁ Waar moet je op letten bij het downloaden van programma’s?

Les 6: Beveiligen en Privacy

⦁ Wat voor soorten beveiliging is er allemaal
⦁ PC beveiliging.
⦁ Virus beveiliging.
⦁ Beveiliging tegen spam en malware.

Les 7: Uitleg over het maken van een Thuis Netwerk

⦁ Wat is een netwerk?
⦁ Wat voor soorten netwerken zijn er?
⦁ WWW / WAN / LAN / Wireless
⦁ Hoe kan ik het beste thuis een netwerk op zetten?
⦁ Wie en wat ga ik op het netwerk zetten

Let 8: Websites en andere nuttige informatie

⦁ Het belang van opslaan in meerdere programma’s.
⦁ Veilig stellen eigen foto’s en documenten.
⦁ Handige tooltjes, websites etc…
⦁ Aanmelden bij sociale website en hoe deze te gebruiken.
⦁ Hoe gebruik je bankwebsites met de daarbij behorende inlog apparatuur.
⦁ Aankopen doen via internet, en waar je dan op moet letten.

Dit was een uurtje werk. Vond ik best meevallen, ik dacht dat ik er wel een halve dag mee bezig zou zijn. Maar ik begon te schrijven, en alles in mijn hoofd kwam er uit. Fijn dat het lekker mee werkt.
En wat ook fijn is, is dat ik me er goed over voel. Ik heb echt de kriebels wel. Maar het zijn fijne kriebels. Een spannend gevoel, een leuke uitdaging.
Ik ga praten over iets waar ik kennis van heb, en ik weet dat ik niet meer kennis nodig heb, dan dat ik bezit. Waarbij er maar èèn onderwerp is, waar ik weinig van weet, en dat is excel. Tja mijn dyscalculie is nou niet echt verzot op rekenen enzo :p
Het voordeel wat ik heb, is gebruikerskennis. Ik weet hoe mensen gebruik maken van de pc. En dan praat ik niet over de nerds en geeks, maar over de mensen, die simpel gebruik maken van de pc. E-mailen, dingen opzoeken, kopen van artikelen, sociale digitale gesprekken voeren. Maar ook, hoe er gekeken wordt naar een pc, wat voor handelingen je allemaal kan uitvoeren, dat weten de meeste mensen niet.

Als de printer het niet doet, dan belt iemand naar de helpdesk met de melding dat de pc stuk is. De supportmedewerker probeert met een aantal vragen te achterhalen, wat het probleem precies is.
Zie het zo. Als mijn auto het niet, weet ik zelf vaak wel waar het aan ligt, maar ik kan het niet repareren, ik moet naar een garage, om het euvel te verhelpen. Als ik bij de garage kom, meld ik dat er iets mis is met mijn auto. De medewerker van de garage probeert met vragen erachter te komen, wat er precies mis is met mijn auto.

Ik begrijp dat dat stomme ding soms het beste door een openstaande raam naar buiten geflikkerd kan worden. En als je dan iemand aan het helpen bent, die dat ding wel kan vervloeken, ga je niet zeggen, dat hij of zij het fout doet. Nee… ik zie het anders. Ik vraag me af, welke ontwerper van software, zo raar denkt, dat hij verwacht, dat mensen plezier hebben, om pc problemen op te lossen.
Als een pc of software niet gebruikersvriendelijk is, dan is het niet leuk om er iets mee te doen.

Stel dat we in een auto zouden rijden die een dashboard heeft, dat eruit ziet als een die van in een cockpit van een vliegtuig. En dan ook al de bij behorende handelingen die daarbij uitgevoerd moeten worden. Stel je dat eens voor. Zou je dan sneller in de auto stappen, als je weet wat je allemaal moet doen, voor je weg kan, of stap je op de fiets om de boodschappen op te halen? Of om naar een vriend te gaan? Wij willen gewoon ons ding kunnen doen op de pc, zonder moeilijke dingen. De ontwikkelaars van programma’s zien dat vaak niet goed. En dan krijgen de supportmedewerkers gefrustreerde bedrijfsmedewerkers aan de lijn, omdat ze een nieuw programma hebben, waarbij alles net even anders staat, dan ze gewent zijn, en vertellen ze de supportmedewerkers dat hun programma niet goed werkt.

Ik hoop dat ik met deze kennis, en met mijn gave om moeilijke dingen simpel uit te leggen, de cursisten dat kan leren, wat ze nodig zijn.
Ik heb er echt zin in.

Met een zeer vriendelijke digitale groet,

Mel