Frontale kwab …

Het enige dat jammer is aan de woorden frontale kwab, is het woordje ‘kwab’.
Ergens wordt dat in mijn brein omgezet tot iets kwakkerigs. In het Engels noemen ze het ‘lobe’. Beide verdienen een betere wetenschappelijke naam!
Maar dat terzijde.

Wat is de frontale kwab eigenlijk?
Wiki zegt het volgende over de functie:

De frontale kwabben spelen een rol bij het aansturen van willekeurige (doelgerichte) bewegingen. Ook zijn ze betrokken bij veel psychische functies, zoals impulsbeheersing, beoordelingsvermogen, probleemoplossing, planning, sociaal gedrag, taal (via het centrum van Broca) en geheugen.

 
Onlangs zat ik te kijken naar een universiteit opname van de heer Erik Scherder. Hij kan op een hele mooie en duidelijke manier vertellen, wat er zoal in ons brein gebeurd.
Nu hoorde ik hem zeggen dat de frontale kwab als laatste voltooid wordt in ons leven. En dat is pas rond je 25e jaar. Het is ook het eerste wat aftakelt…….!

Ons frontale kwab is best belangrijk. Zonder deze kwab hebben we problemen met communiceren, remmingen, ons gedrag, bewegingen….
Hier zit ook onze motivatie.
Eigenlijk doet de frontale kwab heel veel ingewikkelde dingen om ons te laten zijn wie we zijn.
Het haalt kennis uit ons geheugen, wat we als persoon hebben ervaren. Het kan kennis halen uit onze dna, onze basis van wie we zijn. Het haalt kennis uit wat we voelen, wat we zien, wat we horen. Vanuit al die dingen creëert onze frontale lab een reactie naar buiten toe.

We beginnen met een simpel voorbeeld. Je zit op de bank, en je moet plassen. Je frontale kwab is nu driftig aan het werk. Het moet van alles registreren.
De blaas geeft een sein door naar het brein, dat het vol is, en geleegd moet worden.
We hebben geleerd dat we dit doen op een toilet. Dit houdt in, dat we in beweging moeten komen. We moeten opstaan en een bepaalde route naar het toilet lopen, de deur openen, je kleding verwijderen, en dan doe je je behoefte.

Maar we hebben allemaal wel eens zo’n moment dat we op de bank zitten en kijken naar een heel interessant iets op de televisie, of als je niet zo’n televisie kijker bent, dat je iets anders aan het doen bent, waar je niet mee wilt stoppen voor een bezoekje aan het toilet.

Stel je voor wat er in je frontale kwab gebeurd…. Crisis!
Vanuit het gevoel komt een bericht dat we niet willen stoppen met waar we mee bezig zijn. De blaas begint nu steeds vaker een sein door te geven dat het leeg moet. Je gaat op zo’n manier zitten, dat je blaas niet de controle verliest.
Je kan dit niet erg lang volhouden, en je frontale kwab moet een moment creëren waarop je echt gaat opstaan en bijna naar het toilet toe rent….

Als je honger hebt, en moet eten, gebeurd er ook van alles in je kwabje.
Voor mij gaat het niet zoals bij de meeste mensen, want ik krijg honger en ik baal daar dan van, want ik heb nooit zin en dus ook nooit tijd om te eten.
Voor mij zijn dat minimaal drie momenten op een dag, dat ik mezelf extra moet motiveren om te gaan eten. En dat mogen niet alleen hele makkelijke dingen zijn als koekjes en chips. Nope, het moet dan ook nog es gezond zijn. Lastig lastig…

Een heel ander voorbeeld om uit te drukken wat je frontale kwab doet heeft te maken met je remmingen. Denk eens aan tieners. Pubers die van alles doen en durven. Hun frontale kwab is nog aan het ontwikkelen. Hierdoor zie je dat pubers vaak iets doen, dat niet goed gaat. Of iets zeggen wat een ander heel boos kan maken. Ze zijn lerende. En rond hun 25e zie je vaak dat ze wat ‘rustiger’ worden. Maar eigenlijk hebben ze geleerd wat je met je remmingen moet doen.

Wat zijn dan die remmingen? Eigenlijk zijn het acties die je niet doet, om een ander geen pijn te doen. Of om je zelf te beschermen.
Voorbeelden… hummzzz even denken….

Stel je loopt op een markt. En je ziet allerlei soorten kraampjes. Elk kraampje heeft een eigen lekkernij liggen. Je wordt geprikkeld door deze lekkernijen, en je wil van deze lekkernijen proeven. Nu doe je dit niet, door gewoon naar een kraam te lopen en eentje te pakken. Want we weten dat dat niet zo werkt. We moeten eerst betalen voor we iets mogen nuttigen. De remming zit hier in het sociale gedrag dat we met elkaar hebben afgesproken. Je neemt niet zomaar van een ander, omdat jij het wilt hebben. Je maakt er eerst een afspraak over.

Dit doen we ook op het gebied van liefde. Als we iemand zien die we leuk… oftewel… heel erg leuk vinden, gaan we niet gelijk over tot actie. Want dat lijkt tegenwoordig gelijk op ongewenste intimidatie…. ! We willen eerst weten wie de persoon is, die we zo leuk vinden. We remmen ons zelf eerst af. We happen niet gelijk toe.

Dit doen we in heel veel gebieden in het leven. We maken telkens een andere beslissing gebaseerd op onze ervaringen. En wat dan ook heel grappig is, is dat je op een bepaalde leeftijd een soort van rust in je leven krijgt. Dit doet je frontale kwab voor je. Waar je je vroeger heel druk over kon maken, lijkt ineens minder ernstig dan toen je het destijds meemaakte. Je blik op je geleefde leven lijkt milder te worden. Ook kunnen we tegenslagen beter aan.

Waarom begin ik over de frontale kwab… nou… omdat ik iets heb ontdekt… denk ik…

Ik vraag me al heel lang af, hoe het kan, dat het soms lijkt of ik nergens zeker over ben, dat ik overal over twijfel en daarbij het gevoel heb dat ik niet bepaald slim ben. Want ergens ben ik van mening dat ik het antwoord wel zou moeten weten, gezien mijn leeftijd 45+.
Maar dat is een gedachte die ik zelf heb gecreëerd. Op de een of andere manier is het heel zwart wit in mijn hoofd. Als je ouder bent, dan weet je meer en heb je antwoorden.

Nu begint dat idee toch te veranderen. Ik weet nu bijvoorbeeld, dat alle vragen verschillende antwoorden kunnen hebben. Het hangt af van wie het vraagt, waar het over gaat, wat men wil weten. Des te meer je leert, leest, opneemt in het leven, des te groter word je beantwoordingssysteem. Je kan bijna niet meer een simpel lijkende vraag beantwoorden, want… je frontale kwab moet eerst bezig met je interne bibliotheek. En dat zijn niet langer dunne boekjes op een paar planken.

En waarom moet ik een antwoord hebben? Is de vraag voor mij belangrijk? Is het een onderwerp dat me aanspreekt? En is het belangrijk wat men over mij denkt, dat ik het antwoord niet weet? Nee. Het is niet belangrijk. Het is oké om geen antwoord te hebben. Het geeft eigenlijk best wel veel rust, om niet te hoeven piekeren over een antwoord of reactie, waar je zelf weinig mee hebt.

Ik moet dus wat vertrouwen hebben in mijn frontale kwab…. Hahaha… Best lastig hoor. We worden veel meer gestuurd door ons lichaam dan we door hebben. De vrije wil lijkt soms ver te zoeken. Maar door te accepteren dat het zo is, kan je makkelijker dat bereiken wat je wil. Raar is dat.
Door te accepteren hoe ik ben, vooral mijn motivatieprobleem, is niet iets wat ik zomaar kan los laten. Nog steeds wil ik meer doen dan ik kan.
Het lukt steeds beter om mijn grenzen aan te geven. Te luisteren naar wat mijn frontale kwab van me wil, niet tegenwerken. Niet doorgaan.

Eens kijken hoe dat gaat, dat luisteren naar mijn frontale lobe.

Met een frontale groet,

Mel

Advertenties

Mel’s perikelen …

Er is iets wat ik hier nog niet heb aangekaart. Iets wat al is gebeurd, maar waar ik nog geen woord over heb gerept. Mijn familie en vrienden weten het, maar daar buiten weet niemand het.
Er is iets met mij gebeurd, wat wij mensen niet graag vertellen.
Maar let’s go for it… want ook dit hoort bij het leven…

Mel heeft een prothese… Wat voor prothese? Nou uh een gebitsprothese.
Door mijn ziekte van Crohn, kan is ontstekingen krijgen in mijn lichaam. En dan over het spijsverteringssysteem. Oftewel zoals een internist mij vertelde, een aandoening van mond tot kont. Jep, fijn onderwerp weer, ik weet.

Door ontstekingen in mijn tandvlees boven mijn kiezen, had ik inmiddels vier gezonde kiezen moeten laten trekken, door dat deze los zaten.
Er was maar 1 goed werkende oplossing om mijn probleem te verhelpen, en dat was een gebitsprothese. Oftewel een kunstgebit.

Daarbij was ik uit de tandartsverzekering gegooid ergens in 2010, omdat ik een betalingsachterstand had. En eindelijk kon ik dit jaar er weer in. Dus gelijk een datum geprikt voor mijn doomsdag.
Niet niks hoor, als ze je tanden gaan trekken. Maar ik had mijn beste vriendin bij me, en de tandarts waar ik naar toe gaat, is heel zorgvuldig en vertelt alles van te voren wat hij gaat doen. Het gaat er allemaal lief aan toe.

Ik had uiteraard een verwachting over hoe ik zou gaan reageren. Mezelf redelijk kennende, zou ik vreeslijk in tranen zijn, tijdens en na het trekken van mijn tandjes. En daarna zou ik maandenlang in een dip raken, om het verlies, en het wennen aan iets nieuws, niet lichaamseigen. Dus, voorbereid ging ik 26 februari dit jaar naar de tandarts.
Mijn vriendin stond tijdens het proces naast de tandarts mee te kijken, wat ik ook had verwacht. Kon ze me straks mooi vertellen hoe het allemaal was gegaan.

Vreemd genoeg voelde ik me nog steeds rustig. Ietwat gespannen, wat logisch was, maar veel rustiger dan ik had verwacht van mezelf. Ik had ook geen verdrietig gevoel, dus ook geen tranen in mijn ogen.
Toen de tandarts begon met de spuiten (zoooooo niet prettig) zag ik mijn vriendin wat wit wegtrekken, dat maakte me bijna aan het lachen, wat ik beter niet kon doen, met die naald in mijn gehemelte.

Toen begon het trekken. Doorzagen van kiezen, zodat deze er beter uit konden. Het enige dat ik kon doen was mond open en wachten.
Na het trekken werd gelijk mijn nieuwe gebit geplaatst.
Nieuwe boven tanden. Ik durfde er nauwelijks met mijn tong er aan te voelen.
Nu had ik ook zo’n vies ding in mijn mond.
Toen het moment van de spiegel. Ik durfde niet te kijken. Ik was zo bang.
Ik was bang dat ik iets zou zien wat me niet beviel, en ik kon niet meer terug.
Uiteindelijk keek ik omhoog in de spiegel en opende voorzichtig mijn mond.
Een stralende glimlach keek terug. Het was goed zo.
Ik was opgelucht. En nog steeds geen tranen of verdriet.

Thuis gekomen was het eigenlijk wachten op herstel. Ik had een maand vrij genomen van het museum, omdat ik nog niet wist, hoe het zou vergaan. Ik en mijn nieuwe tandjes.
De volgende dag naar mijn ouders toe, alles viel mee. Ibuprofen werkte goed mee, en het gebit zat goed vast. En mijn gevoel was ok, niks nie depri, niet in zak en as, maar ik was ok, het was goed zo. En dat verbaasde mij. Want ergens had ik ook het gevoel, dat ik niet echt depri ging worden over mijn nieuw gebit. En elke reactie die ik kreeg was echt positief. Wauw! Ok! ………

De eerste twee weken is erachter komen wat je niet kan, en wat nog wel mogelijk is. Ik was binnen twee dagen terug bij de tandarts. Een beste ontsteking, omdat het gebit ergens tegen aan schuurde. Nadat de tandarts dit had weg geslepen zat het goed, en kon de genezing verder gaan.
In de tweede week had ik een abces boven in mijn rechterkaak. Het was een plek die al voor het tanden trekken pijn deed. Een ontsteking die al telkens terug kwam. En ik had nu het idee, dat het nu volledig uit mijn tandvlees was, nadat het goedje eruit was. Geen ontstekingen meer in mijn tandvlees. Yes.

Na drie weken kon ik minderen met de ibuprofen. En ik kon een boterham zonder korstjes eten, na drie weken alleen maar drinken. En ik was ook zo’n 2 kilo afgevallen. Maar ik en het gebit ging helemaal goed.
Ok, tuurlijk was het wennen, maar op zich lijkt het wennen goed te gaan.

Na vier weken werd het tijd om het gebit van mij en mijn moeder eens te gaan vergelijken. Want mams wilde ook natuurlijk even zien, hoe alles er nu bij mij uitzag.
Daar had ik geen idee van. Ik had wel gekeken, maar dat was pas in de tweede week na het trekken. Ik hield ook angstvallig mijn tong uit de buurt van mijn gehemelte als ik het gebit uit had, ik wilde het niet zien noch voelen. Brrrr.
Grappig dan ook om te zien, dat mijn moeder en ik een heel andere vorm van gebit hadden. De hoogte van het gehemelte was wel hoog, maar haar gebit was wel een centimeter smaller ?!?
Een week later moesten mijn vriendin en ik ook even een vergelijking maken. Wat schetst mijn verbazing, op de tanden na, zo goed als gelijk. Waaaah hahahahha.

Het is nu zo’n beetje zes/zeven weken geleden, en het gebit gaat nu los zitten.
Nou ben ik zo iemand die van te voren luid en duidelijk aangeef dat ik bepaalde dingen nooit zou doen. En uiteindelijk, na er een tijdje over nagedacht te hebben, ga ik dan overstag.

Zo zou ik nooit een gebitsprothese nemen. Et voila, madame heeft er een.
Ik zou nooit kijken naar mijn tandenloze tandvlees. Moest toch gebeuren, maar ik kijk nog steeds zo weinig mogelijk.
Je kan je tanden met afwasmiddel schoonmaken. Nou dat kan niet hè! Dat ga ik niet doen, ach… is wel het goedkoopst… toch maar gedaan. Maar het went nog niet echt.
Ik zou dus nooit van die bruistabletten kopen, never nooit niet! Ik heb dus nu in mijn badkamer een kopje staan, waar ’s nachts mijn tandjes in staan te reinigen…..
Ik zal nooit van dat lijm gaan gebruiken. Tja…. mijn tandvlees is aan het helen, en trekt zich nu verder terug, tandjes zitten nu wat los. Ben bang als ik een keer goed nies, mijn tanden ergens naar toe vliegen. Maar… brrrr… moet ik dan van dat spul gebruiken? Hoor ik ook nog, dat het goedje niet makkelijk van je tandvlees te halen is?! Brrrrr…. Moet ik nog even over nadenken, ben er nog niet aan toe.

Inmiddels ben ik zo’n 4 kilo afgevallen. Voornamelijk dat ik veel zacht en vloeibaar eten moet nuttigen, en daarnaast … ik ben niet zo’n eter. En ik weet nooit wat te bedenken, en… ik heb nooit zin om iets in de keuken te doen. Alles bij elkaar… ik val enorm af. Eigenlijk ietsje te licht nu. Ok, figuurtje is wel mooi zo, maar de lijnen in mijn gezicht zijn ook weer wat duidelijker, en ik zie er daardoor wat … fletser … uit.
Maar mijn lach maakt veel goed.

Ik kan weer lachen, ik kan mijn tanden weer laten zien. Dat is best wel een dingetje. Geen hand meer voor mijn mond. Geen schaamte meer.
Pfew….

Met een glimlachende groet,

Mel

Rust… onrust…

Zou er ooit een tijd komen waarin ik het rustig heb? Waar geen rare dingen gebeuren, waar alles gladjes verloopt? Hmm, ik heb daar een zwaar hoofd in.
En het gaat niet alleen om de vervelende dingen, maar ook leuke dingen kunnen me van mijn sokkeltje afduwen.

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb een idee in mijn leven gehad, die ik niet kan waarmaken. Het was ook een idee waarvan ik niet wist dat ik die had. Het is namelijk een idee, waarvan ik het idee heb, dat veel mensen volgens dat idee leven, zonder dat ze het echt door hebben.
Ik noem het ‘het huisje, tuintje, beestje’ idee.

Als kind zie je wat er van je verwacht wordt als je later groot bent. Je moet zorgen dat je een partner krijgt, en kinderen, en je moet werken. Daarnaast moet je ervoor zorgen, dat jouw huis er goed uitziet, en schoon is, zo ook je tuin (als je die hebt)
En als je dat allemaal hebt, dan ben je gelukkig en heb je rust.

En nu zit madam hier deze blog te schrijven. 46 jaar, ik heb een huis met tuin, en ik heb beestjes. Werk, partner en kinderen, niet gelukt.
Bij de laatste drie niet gelukte ideeën moet ik wel door een proces heen.
Hoe krijg ik mijn rust zonder die drie? Ze blijven in mijn achterhoofd hangen, en komen tevoorschijn als ik het niet kan gebruiken.

Ik doe vrijwilligerswerk, das geen echt werk, want je krijgt er niet voor betaald. Het is voor mij wel iets wat mijn idee over werk moet invullen.
Het idee dat je wat kan, dat je iets doet wat je leuk vindt. En dat heb ik nu wel, maar het is nog al wat rommelig.
Ik werk nu zo’n 8 maanden in het museum, en heb allerlei taakjes daar.
Ik help mee met het maken van onderdelen voor een schilderij, of ik ben bezig om de achtergrond van een schilderij te maken.
Ik praat met mensen die het museum bezoeken.
Ik ruim hier en daar wat op.
Ik ga naar vergaderingen en neem daar actief aan deel.
En ik regel veel, zoals agenda bij houden, bijhouden hoeveel mensen er op een dag binnen komen. Het is een heerlijke creatieve en spirituele omgeving waar ik mijn rust wel kan vinden.
Toch heb ik ook hier weer een paar issues. Ik heb twee bazen. Een Griekse vrouw, en een Tibetaanse man.
Altijd in Engels praten is geen probleem. Vind ik wel leuk. Het is meer dat er een dynamiek van uit de vrouw aanwezig is, die als een grijze wolk om haar heen hangt. Ik ben niet de enige die deze energie als zodanig ervaart. Zo goed als ieder andere vrijwilliger heeft dat met haar.
Ze wil baas spelen, controle houden, belangrijk zijn. Ze is dat al, maar ze doet zelf een schepje erboven op. Als zij er is, dan is het niet zo fijn in het museum.

Ook mijn baas is anders als zij er is. Soms is ze weg naar Griekenland. In die periode gaat het super goed en fijn in het museum. En er gebeuren veel meer creatieve dingen. En als ze terug is, veranderd alles weer, want ze moet haar stempel erop drukken. Best vermoeiend.
Mijn baas is de kunstenaar. Ik kan goed met hem overweg. Zijn probleem is een kunstenaars probleem. Altijd druk, altijd bezig, en dertigduizend ideeën voor een volgend project. In het begin is het even zoeken, hoe je het aanpakt, wat hij allemaal voorstelt, maar inmiddels heb ik mijn lijn daar wel een beetje in gevonden. Voor mij blijven zijn ad hoc ideeën best lastig. Het ene moment ben je druk met het beplakken van een doek om de achtergrond te maken, het volgende moment wordt je gevraagd om te helpen om een schilderij op te hangen, waarna je even later wordt gevraagd om een filmpje te maken van een paar bezoekers die hij uitleg aan het geven is over de kunstwerken.

Maar toch is het een minder probleem voor mij dan vroeger. Ik denk dat het te maken heeft met de vrijheid die ik heb, en dat alles wel vrij gemoedelijk gaat.

Het idee van een partner in mijn leven, is ook niet meer belangrijk. Ik leef nu al zolang alleen, dik 16 jaar nu, dat ik merk, dat de behoefte aan iemand maar zelden is. En daar heb ik mijn rust wel in gevonden. Vind het echt wel fijn zo. Had ik niet echt verwacht. Ik had verwacht dat de behoefte van een partner sterk aanwezig zou blijven, maar dat is dus niet het geval. Grappig om dat zo mee te maken.

Kinderen. Tja… Ik denk niet dat ik ooit daar los van kom. Het zal altijd een gemis blijven.

Mijn beestjes … eigenlijk is dat het enige waar ik het meest rust in heb.
Mijn tuin kost me nogal weleens wat stress, om het op orde te houden. Voor mezelf dan, niet voor anderen. Ik deed het ooit voor anderen, maar nu vind ik het belangrijk, dat als ik in mijn tuintje kijk en loop, dat het goed is. Dat ik het fijn vind, en over het algemeen heb ik dat wel.

Er is ook een andere vorm van onrust die ik telkens ervaar. Dingen die onze overheid over ons heen gooit. Zoals belastingen. Keuring van de auto. Verzekeringen. Energie etc…..

En dan is het nog niet klaar hoor, welnee, ik heb ook nog met mijn geweldig lichaam te maken. Ziekte van Crohn, Prikkelbare Darmen, Autistische Kenmerken die mij het lastig maken.

Er is geen week hetzelfde. En dat is nou net waar ik wel behoefte aan heb.
Ik zou het zo graag willen meemaken.
Minimaal 12 weken hetzelfde. Geen andere dingen dan mijn wekelijkse routine.
Geen belastingopgaven, geen tandarts afspraken, geen internist afspraken, geen verjaardagen, geen ander soort afspraken. Gewoon een wekelijkse routine.

Het is goed dat ik nu een lach in me voel opborrelen. Dat houdt voor mij in, dat er een vorm van acceptatie aanwezig is. Acceptatie dat alles rommelig verloopt. Dat er geen structuur is, en dat ik zelf het structuur ook moeilijk kan vasthouden. Het zij zo, en het is steeds meer ok.

Mijn rust vind ik nu door steeds meer mijn eigen idee, over hoe het het beste voor mij gaat, uit te voeren.
Niet schuldig voelen als het niet meer gaat. Ik weet dat ik altijd langer door ga, dan ik eigenlijk kan. Maar ik stop nu wel, als het niet meer fijn is.
Ik zorg dat ik steeds vaker mijn gezonde rust opzoek. Ook al houdt dit in dat ik minder mensen zie. Heb het nu eenmaal nodig, en doe ik het niet, dan functioneer ik niet.

De perikelen in het leven blijven ongestoord doorgaan. Dat hebben we nu eenmaal omdat we met zoveel verschillende mensen samen leven. En de overheid gaat het nog rommeliger maken, voor het de goede kant op gaat. Want ze zijn nog lerende.
We zitten nu eenmaal in een fase van de geschiedenis die anders is dan voorgaande eeuwen. We gaan sneller, doordat iedereen nu toegang heeft tot kennis. We moeten langzamer gaan. We gaan te snel. En ik weet dat er meer mensen, zoals ik, er moeite mee hebben. Die inzien dat we in een revolutie zitten, terwijl we in een evolutie behoren te zitten. Chaos hoort daar nu eenmaal bij.

Ondanks dat ik nog steeds bezig ben, om een langere periode van rust te krijgen, merk ik dat ik steeds beter kan tegen het onrustige.
Vanaf zo’n vier jaar terug, toen ik besloot het heft weer in mijn eigen handen te nemen, met de kennis die ik nu heb, voel ik me elk jaar sterker worden.
Ik heb vaker fijne dagen in mijn leven. Ik onderneem steeds meer. Ja.. als dat een vorm van regelmaat is, dan laat ik het zo …

Met een lieve en vriendelijke groet,

Mel

Studie “Mens zijn”…

Tijdens ons leven krijgen we heel wat op ons bord gepresenteerd. En niet alles wat daar ligt, lusten we. En als kind leren we wat we lekker vinden, en wat we niet willen eten.

En dan komen er vragen. Waarom moet ik iets eten wat ik niet lust. Spruitjes zijn voor mij nog steeds dingen, die ik niet zal eten. Ik heb ze geprobeerd op allerlei manieren, met allerlei sausjes, zelfs appelmoes, mijn favoriete smaakverdoezelaar, werkt niet. Mijn simpele kindgedachte was, het is groente, geef me dan andere groente die ik wel lust. Maar destijds at je wat de pot schafte.

Bovenstaande kan je invullen voor heel veel onderwerpen in het leven. We moeten vaak dingen doen, die we niet ‘lusten’, en dat wat we wel ‘lusten’, is vaak niet aanwezig in de ‘supermarkt’.

Als kind had ik vragen over dat soort dingen. Mijn ouders vonden dat soort vragen maar lastig. Niet omdat ze die niet konden beantwoorden, maar ze hadden het te druk met hun werk. Inventief als ik toen al was, zocht ik antwoorden op andere manieren.

Nu ik terug kan kijken op mijn leven, zie ik dat ik al bezig was met de studie ‘mens zijn’ terwijl ik nog kind was. Ik was me bewust van dingen, die ik niet kon benoemen. En ik was bezig om uit te zoeken wat er van me verwacht werd. Omdat ik ook ergens bewust was van het anders zijn. Destijds kon ik onmogelijk er een vinger op leggen. Ik voelde, maar had geen woorden om het te benoemen. Ook had ik al vlot door, dat mijn vragen ‘moeilijke vragen’ waren, en dat niemand deed aan ‘moeilijke vragen’.

Deze ervaringen sloeg ik gevoelsmatig op. Ik had geen benamingen, ik wist ook toen niet, dat er een benaming bij moest, ik wist alleen dat ik anders was.
Een weten dat ergens was ontstaan door mijn eigen interactie met mijn kleine wereld, een dorp in het noord-oosten van het land.

De eerste keer dat ik me bewust werd van mijn eigenaardigheden was toen ik negen jaar was. Ik geloof dat ik het verhaal eens geschreven heb hier ergens, maar ik schrijf het toch maar even hier.
Ik was negen jaar, en liep naar school. Ik geloof dat het een kleine tien minuten lopen was. Maar ik kwam onderweg nog wel eens wat tegen, en ging daar dan mee bezig. Zoals takjes buigen om spinnenwebben die in de haagjes zaten die weer langs de weg stonden. Je had korte haagjes en wat langere haagjes. Dat hing af van wanneer er een uitrit van een woning op uit kwam.
Als ik naar school liep had ik aan de linker kant de haagjes en daarnaast de straat, en aan de rechterkant tuinen met woningen. Eerst een tuin en dan de woning.

Ik had een spelletje bedacht, om de saaie loop naar school wat op te leuken. Ik mocht niet bij een opening van een haag lopen, als er een auto aankwam. Dus ik moest ervoor zorgen dat ik altijd achter een haag liep, als er een auto aankwam.
Dus soms moest ik even wachten tot een auto voorbij was, of ik trok snel een sprintje.
Ik deed dit al een paar maanden, toen ik ineens bedacht, dat ik me het zo wel erg moeilijk maakte. Want het was geen spelletje meer, maar een moeten doen. Het gevoel dat als ik het niet deed, dat het fout was. En op dat moment wist ik dat er maar 1 manier was om mijn handelen te stoppen. Ik moest op een open plek blijven staan als er een auto langs kwam, om mezelf te overtuigen dat er niets gebeurde. En dat heb ik destijds gelijk gedaan. Ik hoorde een auto aankomen, en ik ben bij opening stil gaan staan. De auto reed voorbij, en er was niets gebeurd. Ik was trots op mezelf. Ik had mezelf iets geleerd. Ik had het van niemand anders dan van mezelf. En dat gevoel was een zaadje voor acties in de toekomst.

Ook op het schoolplein leerde ik mee te doen met anderen. Al had ik heel vaak andere ideeën over de spelletjes die we deden. Ik bedacht altijd andere regeltjes dan anderen deden.
Met knikkeren moest je langs een bepaalde steen, en dan pas naar het knikkerpotje toe.
Of voetballen op het plein, ik vond het maar niets dat iedereen een titel moest hebben om ergens op het veld te mogen staan. Twee teams, en we willen per team allemaal hetzelfde. Dus waarom niet gewoon samen met de bal aan de gang?
Of in de herfst. Dan lagen er overal bladeren op de grond, en maakte we woningen. Terwijl anderen huisje begonnen te spelen, was ik nog bezig met inrichten van mijn ‘woning’. Gedetailleerd in woonkamers, badkamer, wc, washok, tuin. Ik had geen tijd voor ‘etenstijd’, of dat iemand ‘jarig’ was. Ik was nog bezig met mijn huis. Hoe kwaad ik dan ook was, als iemand mijn bladeren huis vernielde. Ik leerde toen, maak niets in de buurt van mensen die dingen vernielen.

Al die kleine lessen in het leven, hebben langzaam een vorm gegeven aan mijn handelen. En ik begreep mijn eigen handelen niet. Ik kon soms heel heel boos worden, en het was vaak iets dat ik heel onterecht, en oneerlijk vond over wat er was gebeurd. Maar ik was ook vaak boos, zonder te weten waarom.

In mijn pubertijd begreep ik nog minder van alles wat er in mij gebeurde. Ergens nam ik aan, dat iedereen dat zo had. Maar waarom voelde ik me dan nog steeds anders? Ik deed zoveel mogelijk mee met anderen. Ik had altijd nette/fatsoenlijke kleding aan. Met af een toe een baldadig moment door een rode zakdoek rond mijn enkel te knopen. Maar ook dat deed iedereen, als baldadigheid.

Nu zie ik, dat ik bezig was naar het zoeken van een identiteit. En ik dacht dat je dat zelf kon bepalen. Ik droeg altijd van alles tegelijk, punker, hardrocker, gothic. Maar ik ‘was’ het nooit. Mijn lievelingsmuziek destijds waren nummers van A-Ha en Dirty Dancing, Dolly Dots, en al het hardrock kwam toen al storend bij me binnen. Het overstemde mij. Gitaarmuziek werd mijn ding. Alles waar gitaar in zat, werd mijn favoriete muziek. In de hoop dat ik dat ook ooit kon spelen op mijn eigen gitaar. Ik hoop nog steeds…

Ik leefde in een tijd waar niet over je innerlijke zelf werd gesproken. Was je boos, dan ga maar even weg om af te koelen. Ben je verdrietig, ga maar even naar je kamer om uit te huilen. Ben je te blij, ga maar naar buiten, je bent te druk.
En als je een vraag had, dan werd je afgewimpeld met antwoorden zoals; “zo is het leven”, “je bent net zo normaal als iedereen”, “je moet niet zo moeilijk doen”.

Als je het heel simpel stelt, heb ik geleerd om weg te gaan als ik emotioneel word…

Het is geen bewuste les geweest. Het is niet bewust binnen gekomen. Het is een regeltje in mij, die is ontstaan door ervaringen in mijn jeugd.

Tot mijn 30e heb geleefd volgens allerlei verborgen regeltjes die ik had geleerd. Ik had er moeite mee. Ik begreep niet waarom anderen fluitend door konden gaan met hetzelfde dat ik deed, terwijl ik alles in mezelf bij elkaar moest verzamelen om door te gaan. Ik vond mezelf zwak, teleurstellend. Iets wat ik absoluut niet wilde zijn.

En ik kreeg een … heel helder moment. Ineens zag ik wat ik al die tijd aan het doen was. Ik zag in dat ik voor anderen aan het leven was, en mezelf helemaal had weggepoetst.
Daardoor begreep ik ook ineens dat dat de reden was, dat ik niet meer creatief bezig kon zelf. Dat mijn hobby’s niet meer werden uitgevoerd. Dat ik niet meer sociaal actief kon zijn.

Alle informatie die ik had verzameld door de jaren heen kwam ineens bij elkaar.
Èèn van die zeldzame heldere momenten die je in je leven kan hebben.
Dit gebeurde in de tijd van mijn 30e tot mijn 31e. Het was een jaar van een duidelijk wordend proces, dat ik tot dan toe had doorlopen. En ik stond op het punt om helemaal overnieuw te beginnen. Ik was weer thuis bij mijn ouders, ik had een goede baan, geen vrienden meer, schone lei.

Maar in plaats van dat het beter ging, ging het afwaarts. Hoe kon dat nou?
Ik had mijn helder moment toch gehad. Ik had nu kennis. Ik kon nu veranderen. Maar dat gebeurde niet. Ik moest het begrijpen. Hoe dan ook. Dus ik begon met persoonlijke cursussen. Cursussen gericht op jezelf, je gevoel, je psyche.
Overal leerde ik wat, en overal zag ik iets wat niet bij mij paste.

Steeds werd het nog niet beter, maar slechter. En nog snapte ik niet waarom.
Maar ik kreeg wel een nieuw besef. Een nieuw helder moment.
Ik herinnerde me dat toen ik 18 jaar was, ik het idee had, alles in de wereld te weten. Het was een intens gevoel dat ik wist hoe het allemaal werkte.
En ineens was ik 35 en had ik … nee ik wist dat ik niets wist van hoe het zat en hoe het allemaal werkte in de wereld…

Nu zie ik, dat ik op mijn 18e klaar was met mijn ‘basis’ opleiding in het leven. Ik had alle ingrediënten geleerd die ik nodig had, om de stap naar volwassenheid te gaan maken. En dat was het gevoel wat ik destijds had.

Op mijn 35e werd ik daar dus van bewust. En dat zorgde ervoor dat ik andere keuzes ging maken. Ik ging niet lezen en luisteren, maar ik ging doen.
Ik ging niet meer gelijk wat zeggen, maar ging eerst na of iets waar was of niet.
Ik probeerde mijn eigen ik te vinden. Wat vond ik lekker en wat lustte ik absoluut niet. Wat had ik nodig, en wat kon ik door iets anders vervangen.

En met alles wat je renoveert, wordt eerst alles een chaos. En dat gebeurde ook.
Als ik al dacht dat ik in chaos leefde, ik wist niet wat me overkwam toen de chaos van verandering over me heen kwam.
Maar weer was het niet wat anderen me probeerden te leren, maar wat ik door de regels heen zag, wat me begon op te vallen.

Dit proces van bewustwording over mens zijn, was langzaam en is nog steeds gaande. Als mensen ergens werkten, hield het niet in, dat ze kundig waren. Ik zag veel onkunde bij mensen in allerlei functies in elk bedrijf.
Ik leerde dat mensen overtuigd kunnen worden van iets belachelijks, en dat mensen het dan gewoon doen.
En daarmee zag ik, dat ik weer bezig was, om te zien hoe anderen het deden, in plaats van hoe ik het zelf deed. Waarom deed ik dat? Was ik zo bang om anders te zijn? Ja dus!

Ik ben nu 46 en heb het gevoel dat al mijn levensvragen zijn beantwoord. In het begin vond ik dat eng. Ik ben nog te jong voor zo’n gevoel, toch?
Maar misschien ook niet. Ik denk nu dat dit gevoel mij wil vertellen, dat ik niet langer op zoek hoef naar bepaalde antwoorden, en dat ik er klaar voor ben om nu mezelf te zijn, en dat ik dat nu ook kan accepteren.

Dit houdt niet in dat ik alles weet. Oh absoluut niet. Er is nog genoeg om te leren. Maar wat ik moest weten, dat weet ik nu. En dat ik nu ook kennis heb van dingen, die ik niet kan veranderen. Omdat ik nu eenmaal zo ben. En ergens voelt het oké om zo te zijn. Ik voel me steeds minder schuldig als mensen zien hoe ik ook kan zijn. Soms moe, soms uitbundig enthousiast, soms boos, soms afwezig…

Het blijft een proces. Het zal niet stoppen. En het is oké want dat is Mens Zijn. En ieder mens heeft zijn eigen pad daarin te bewandelen. En dat is oké…

Met een vriendelijke menselijke groet,

Mel

Het museum en ik …

En zo zitten we al weer halverwege februari. Ik heb het druk gehad afgelopen maanden. De lente is in aantocht. Genoeg te doen.

Onmogelijk om mijn gedachtengang te volgen als ik het zo op schrijf.
Ik wil wat schrijven, want ik heb tig topics in mijn hoofd.
En ik begin met februari. En gelijk denk ik terug aan januari en december.
En in die maanden heb ik het druk gehad. Ik zie ook koude dagen en kale bomen in mijn gedachten. Maar ik weet dat over een dikke maand de lente begint. En met de lente in gedachten denk ik aan mooi weer, en dan kan ik weer de deuren open houden, om het huis flink door te luchten. Zoals ik gister middag even heb gedaan, toen de zon op de tuindeur scheen. En ik zie de tuin die bloemen nodig heeft, en ik denk aan nu, wat ik nu nog moet doen. Genoeg te doen.

Momenteel ben ik me ergens in aan het storten, waarvan ik niet weet, hoe het gaat lopen. Het is niet persé iets nieuws. Meer een vervolg op mijn werk in het museum. Ik kon me daar nog niet helemaal in storten, want ik had nog de pc cursus die ik gaf. Deze is twee weken geleden afgesloten. Ik heb 12 weken lang les gegeven, en het was erg leuk om te doen. Er komt wellicht nog een tweede cursus, maar dan niet eerder dan september. Dit had ik ook aangegeven, want ik wil mijn energie even richten op het museum.

Sinds ik bij het museum als vrijwilliger werk, sinds vorig jaar augustus, heb ik het een en ander gezien en ervaren. Als ik ergens nieuw ben, laat ik eerst alles op me inwerken, en dan ga ik het samenvatten, en trek ik een conclusie.
Ook heb ik met andere vrijwilligers kunnen spreken, en ze liggen met een aantal dingen op dezelfde lijn als ik. We hebben meer structuur nodig in het museum.

Tot nu toe was het altijd maar afwachten wat er te doen was in het museum. Er was niet echt een vaste lijn. Waardoor je zelf ook niet echt tot je recht komt, want, als er telkens iets veranderd, kan je daar niet op voortborduren.

Als je een museum gaat runnen, en je vraagt vrijwilligers om te helpen, dan heb je eigenlijk een bedrijf. En een bedrijf moet op een bepaalde manier geleid worden. Iemand is de persoon die alles overziet, over het algemeen de eigenaar. En dan heb je allerlei mensen in verschillende (overlappende) functies.
Bij ons is dat creatief, technisch, schoonmaakwerk, en het ontvangen van bezoekers. We dragen meerdere petten, en dat is best leuk om te doen.

Het probleem ligt meer in de communicatie en een baas met een andere cultuur dan die van de vrijwilligers.
Tot nu toe wisten we niet wanneer er evenementen waren, en wat het museum ermee zou gaan doen. We zitten met ons museum in een park, die geregeld evenementen heeft. Onze baas heeft het niet zo met de andere ondernemers in het park, en zij niet met hem. Allemaal miscommunicatie en cultuurverschil. En het cultuur probleem ligt echt niet alleen bij mijn baas. Ik woon in Drenthe, en poeh, er zitten me toch een paar stugge drenthen in het park. Je weet wel, die gasten die niet eten wat ze niet lusten. Dus een andere cultuur is hun vreemd, en ze willen eigenlijk dat iedereen normaal doet. Tja… denk ik bij me zelf dan, terwijl ik naar deze mensen kijk. Misschien dat jullie eens normaal zouden moeten gaan doen. Maar goed, het blijft bij denken, want ik heb geen zin om anderen met dergelijke opmerkingen te irriteren. Het lost niets op.

In november werd er gesproken over het oprichten van een vereniging voor het museum. Een manier om de vrijwilligers ergens onder te brengen, zodat we wat meer kunnen doen. Om geld te genereren via lidmaatschap, en sponsoring.
Op deze manier kunnen vrijwilligers een structuur creëren die voor iedereen werkt binnen het museum.

Onze baas noemt ons geen vrijwilligers, maar zijn Team. Met hoofdletter. Hij heeft ook aangegeven, dat wat wij hebben voorgesteld, een goed idee is. En inmiddels ben ik met mijn baas en nog iemand van de vrijwilligers bij een notaris geweest, om te horen over het oprichten van een vereniging.

Ja ja… je leest het goed. Mel is weer es ergens bij betrokken geraakt. Ik weet niet of ik hier verstandig aan doe. Maar dat weet niemand van te voren eigenlijk. Het oprichten van de vereniging heeft zeker potentie. Ook omdat er een aantal van de vrijwilligers genoeg kennis hebben, om iets dergelijks op te richten, en te blijven handhaven.

Mijn instelling was voornamelijk zorgen voor een agenda, waar iedereen toegang tot heeft, en kan zien wat er zoal gebeurd.
Ook vond ik het noodzakelijk, dat onze balie alleen gebruikt wordt voor kantoor/verkoop/afwas punt. Maar we lopen nog steeds te zoeken naar scharen, pennen, nietmachines. Of er zit verf op de kopjes en gootsteen. En de balie ligt vaak vol met dozen, verftubes, vieze kwasten, gereedschappen etc.
Er is nooit een schoon doekje. En in India maken ze kopjes schoon met koud water.
Ik had al eens een afwasteiltje meegebracht, maar die is ook al voor verf gebruikt. Of te wel, zonder regels werkt het niet voor de vrijwilligers die net als ik, een kopje willen afwassen met warm water en afwasmiddel.
Ook is het fijn, om te weten wat er doen is. Niet altijd hoeven schoonmaken, en zelf ook wat kunnen bedenken om te doen. Ik bijvoorbeeld zou graag wat meer creatieve activiteiten hebben.

Dit alles heeft me ook aan het denken gezet voor mezelf. Wat wil ik zelf binnen het museum doen? Wat doe ik om dat ik het ordelijk te houden, maar ga ik niet volhouden?
Ik was al bezig met een agenda, een papieren versie, en een digitale versie heb ik reeds gemaakt.
En dan zit je bij de notaris, en die vertelt hoe het dagelijks bestuur van een vereniging eruit ziet. Voorzitter, penningmeester, secretaris.
Ik zit voor mezelf na te denken. Is het de bedoeling dat ik ook een functie hierin ga krijgen? Voorzitter? Misschien, maar ik weet niet wat de voorzitter doet. En penningmeester, dat zowiezo niet, daar zit het woordje financiën aan vast, en daar wil ik eigenlijk maar weinig mee te maken hebben. En secretaris dan? Ik vraag aan René, de vrijwilliger die ook mee is, en vrij veel verstand overal van heeft. Wat doet een secretaris eigenlijk? Tja, zegt hij, voornamelijk notuleren bij vergaderingen, agenda’s bijhouden enzo. Dus ik zeg… Maar dat doe ik toch eigenlijk al? Mijn baas en René lachen, mijn functie staat. Als de vereniging opgericht gaat worden, wordt ik secretaris.

Thuis gekomen begin ik hier over na te denken. Wat gaat dit voor me inhouden?
Ik was al met een agenda bezig, eigenlijk al klaar, en in gebruik. Moet ik nu ook met iedereen gaan mailen enzo? Dat is ook geen probleem, mailen doe ik het liefst. Één punt waar alle gesprekken binnen komen, overzichtelijk, en het staat zwart op wit. Je kan het altijd teruglezen indien nodig.

En notuleren vind ik ook leuk om te doen. Ik heb wat te doen tijdens een vergadering 😛 en daarna kan ik het in een verslag zetten en iedereen toe sturen. Waardoor ik weer een complimentje krijg, van de overzichtelijkheid en de duidelijkheid. Tja, ik had ooit eens een opleiding secretaresse nederlands gedaan, en dat komt nu wel mooi uit.

Het zal in het begin even druk worden. Het opzetten van een vergadering. Digitale mappen aanmaken op mijn computer voor museum vergaderingen. Eentje voor de vergaderagenda’s, eentje voor de notulen, en eentje voor de actielijsten.
Dat heb ik gisteren allemaal gedaan.
Nu nog een lijst maken, waar alle vrijwilligers op staan.
Er moet een draaiboek komen voor evenementen.
Dit digitale gebeuren vind ik wel leuk.

Dus tot zover is het allemaal geen probleem. Maar ik heb ook met anderen te maken. Ik kan wel wat gaan regelen, maar ik heb wel input van anderen nodig. En als iemand een andere mening ergens over heeft, dan raak ik altijd ietwat van slag. Want vaak heb ik dan twee of soms drie of meerdere meningen waar ik wel wat mee kan. Ik zie vaak de mogelijkheden binnen verschillende meningen. Maar omdat te verduidelijken naar anderen… lastig lastig.

Toch hoef ik het niet alleen te doen. Op de een of andere manier, zijn er in dit team mensen, die net als ik, op meerdere fronten actief zijn, en dingen kunnen oppakken. Zo hebben we ook mensen in het team, die graag met andere mensen in gesprek gaan, even een belletje naar een leverancier, of op sponsorjacht gaan.
Ik krijg er rillingen van het idee om zoiets te moeten doen. Dus fijn, dat ik dat niet hoef te doen, en dit soort taakjes door kan geven aan iemand anders.

Tot zover gaat het eigenlijk wel goed. En als ik duidelijk blijf in wat ik aankan en wat ik niet aankan, naar mezelf, en naar het team, dan kan dit alles nog wel eens gaan werken.

Grappig ook wel, dat alles wat op mijn cv staat, nu bij elkaar in praktijk gebracht kan worden.

Met vriendelijke secretariële groetjes,

Mel

Ik moet wat gaan doen …

Ik moet wat gaan doen … ik heb genoeg te doen, dat is het niet, maar hoe krijg ik het voor elkaar dat ik wat ga doen. Zucht.

Sinds mijn verjaardag, begin december, merk ik dat mijn energie weg vloeit. Mijn darmen zijn onrustiger. En allerlei stomme gedachten beheersen mijn hoofd.
Ik heb al paar keer af moeten zeggen bij het museum, omdat ik gewoon te moe ben. En daarnaast komt de griep ook nog even langs. Mijn darmen nog meer van slag.
Stomme Crohn, stomme prikkelbare darm, stom hoofd. Stom, omdat ik energie wil hebben, ik wil leuke dingen doen, en als ik leuke dingen doe, gaan die minder leuke dingen ook makkelijker. Zoals het huishouden bij houden. Op tijd boodschappen doen. Wasgoed aan de kant.

Ik voel me schuldig. Schuldig om dingen waar ik me helemaal niet schuldig om zou moeten voelen. Maar ook schuldig omdat ik me niet kan inzetten in het Museum zoals ik graag zou willen. Ik baal van mezelf. En ik merk dat dat niet ok is. Het haalt me nog meer naar beneden. Depressie heerst dus bij mij.

Winterdepressie, overgangsperikelen, griep, afgelopen half jaar een heel nieuw begin. Als ik het zo opsom is het wel logisch dat ik me zo voel. Maar ik wil me niet zo voelen. Ik wil niet steeds me terug trekken door een computerspel te gaan doen, of te gaan kijken naar een televisie serie. Ik wil in het leven zijn, maar het leven is nu te vermoeiend voor mij. En ik wil dat niet.

Ik moet wat gaan doen, maar ik wil niet. En nu?
Eigenlijk heb ik al mijn antwoorden wel. Ik weet wat ik moet doen.
Ik hoef me alleen maar even te motiveren…….. Zucht.

Er is een motivatie aanwezig. Ik moet boodschappen doen. Dus dit houdt in, dat ik zo meteen in de nette kleren moet. Even geen joggertbroek en op sloffen, maar echt even me opfrissen, netjes aankleden en …. zucht… wat een gedoe.
De schone was ligt als een berg in de kamer waar ook de droger staat. Dus moet ik zoeken naar kleren. Zucht. Gedoe.
Het is niet koud buiten, dus kan ff geen muts op doen, dus moet mijn haar netjes doen. Zucht, gedoe.
Ik moet ook nog een boodschappen briefje schrijven. Zucht, gedoe.
En zo blijven een heleboel details zich ophopen in mijn zicht, en ik wil in actie komen, maar weet niet waar te beginnen. Zucht, stom gedoe.

Bovenstaande is dus ook wat eigenlijk altijd aanwezig is in mij. Het onverstoorbare proces van mijn lichaam. En ik moet dat nu echt wel gaan accepteren. Ik moet echt mijn gevoel daarin zien te draaien. Ok, het is al aardig gedraaid naar de juiste richting. En ik heb daardoor ook al wel meer rust. Maar er zijn meer details aanwezig die ik moet leren accepteren. En voornamelijk het detail dat met andere mensen te maken heeft. Dat ik me niet schuldig hoef te voelen als ik genoeg heb gedaan, en dat mensen weten van mijn ‘conditie’, en daar begrip voor hebben. Dus, nu moet ik dat nog voor mezelf doen. Het zit gevoelsmatig als een diepe wortel vast in mij, om voor iedereen klaar te willen staan, maar ik kan het niet volbrengen. Ik kan niet van te voren vertellen hoe iets gaat lopen.

Tijdens mijn tijd bij psychiaters en psychologen werd er vaak tegen mij gezegd, dat ik niet zo streng voor mezelf moest zijn, dat ik wat liever voor mezelf moest zijn. Destijds begreep ik niet wat ze daar mee bedoelden, en het maakte me zelfs boos.
Ik begrijp nu, dat ik veel van mezelf verg, vaak te veel. Ik wil veel doen, en dan ineens is de batterij weer leeg. Als ik kijk naar wat anderen doen, dan doe ik meer dan genoeg. En dan probeer ik ook in te zien, welke problematieken een ander heeft. En dat moet ik nou juist niet doen, want dan ga ik me weer achter de ander zetten, want een ander heeft het altijd erger dan mij (in mij gevoel).
Ik weet zelfs, dat ik dat van anderen erger vindt dan de problemen van mezelf, en dat gaat vaak niet volgens een juiste afweging. Bijvoorbeeld, als ik een gebroken been heb, en iemand anders heeft zijn enkel verstuikt, dan is gevoelsmatig, de verstuikte enkel van de ander erger dan mijn gebroken been.
En zo is dat zo goed als met alles in mijn leven richting een ander.

Ik categoriseer mijn dingen als niet belangrijk. Maar mijn ziekte van Crohn is wel belangrijk. Mijn autisme is wel belangrijk. Want ik moet mijn grenzen hier in aangeven. Voornamelijk voor mezelf. En niet in theorie, maar in praktijk.
De theorie van het brein is me goed duidelijk. Maar het uitvoeren ervan is een heel ander verhaal.

Ik zou willen dat ik geen last heb van mijn emoties en de daarbij behorende gedachtengangen. Maar ze horen bij me, en er is niets in de wereld dat dat kan veranderen. Het enige wat ik kan doen, is het mezelf makkelijker maken. En dat moet ik dus doen door grenzen te stellen. Pfff… lastig.

Ook moet ik blijven kijken naar het resultaat dat ik inmiddels al heb geboekt.
Voor vijf jaar terug, bijvoorbeeld, had ik nog niet eens de kracht om ergens wat te gaan doen. Hoefde ik niet te denken aan een pc cursus geven, of te werken in een museum. Ik heb afgelopen jaar al veel meer gedaan dan al die jaren ervoor. Steeds vaker lukt het me om achterstallige klusjes op te pakken. Of ideeën uit te werken, die al heel lang op de plank liggen. Dus dat het nu even niet meer gaat, is niet meer dan een logisch gevolg van alles wat ik alleen al het laatste half jaar heb gedaan. En ik wist het… ik wist dat het in december moeilijk zou gaan worden. Ik had de rekensom al lang gemaakt. En toch lijkt de depressie me telkens weer te overvallen.

Nu ik het voor mezelf hier boven weer op een rijtje heb gezet, moet ik nu toch wat gaan doen. (Ik moet nu om me zelf lachen)
Vandaag een losse planning. Boodschappen doen, wasgoedje draaien, kerstboom opruimen, stofzuigen. Het is veel, maar ik mag het in alle rust doen, en daarna mag ik weer gaan gamen. Iets om naar uit te kijken.
Morgen ben ik nog vrij, en woensdag mag ik weer les geven.
Dus vandaag zoveel mogelijk doen, morgen wat puntjes op de i, en zorgen voor de nodige rust, zodat ik woensdag ochtend les kan gaan geven.

En … nee… en nu niets meer. Nu dit stuk afsluiten, en mezelf gaan opfrissen.

Ik ga wat doen.

Met altijd een vriendelijke groet,

Mel

Gevoelens …

Wij hebben gevoelens. Het is iets wat we kunnen zonder dat het ons is aangeleerd. We voelen verdriet als iets niet goed gaat. We voelen blijdschap als iets juist heel leuk gaat. En we uiten ons gevoel door te huilen of te lachen, door boos te kijken, of door je stem te gebruiken.

Je stem gebruiken. Velen zullen nu aan woorden denken. Maar stel je eens voor, dat er nog geen taal bestond. Hoe kan je een ander laten weten hoe jij je voelt? Of hoe kunnen anderen jou laten weten hoe zij zich voelen?

Eigenlijk is wat dat betreft de gesproken taal helemaal niet zo goed. We hebben geleerd om aan elke emotie die we kennen een woord te hangen. Op zich goed, want zo kan je iemand snel vertellen of je boos, bang, bedroefd, of blij bent.
De ontwikkeling van onze taal, houdt het niet bij deze vier woorden. Inmiddels zijn er zoveel verschillende woorden voor net zo veel verschillende emoties, dat we aardig de weg zijn kwijt geraakt.

Ook heeft het gesproken woord iets anders gedaan met onze emoties. Door te vertellen hoe jij je voelt door een woord te gebruiken, neem je afstand van je gevoel. Niet dat je dat bewust doet, nee, het is iets waar meer aspecten bij komt kijken.

Een voorbeeld waar veel mensen wel eens mee te maken heeft gehad. Werken.
Dit woord alleen al heeft op verschillende mensen een ander effect.
Niet iedereen vindt werken leuk. Anderen willen niet anders. Sommigen willen wel maar kunnen niet. En toch worden we allemaal opgevoed met het idee, dat we gaan werken als we volwassen zijn.

Iemand die werken leuk vindt, zal waarschijnlijk iets doen, wat hij of zij leuk vindt. Waarschijnlijk hebben ze ook leuke collega’s. Hun gevoel zal over het algemeen blij zijn. Zij zullen niet snel begrijpen, dat iemand dat gevoel niet ervaart.
Iemand die het niet leuk vindt om te werken, heeft waarschijnlijk geen aardige collega’s, of juist van die collega’s die pesten. Waarschijnlijk is het ook een functie die iemand niet leuk vindt om te doen, maar goed, je moet werken.
We kunnen een beetje zien of iemand het leuk of niet leuk vindt om te werken.
Maar echt zeker weten doen we pas, als we het vragen. Want we hebben geleerd om onze gevoelens te uiten door ze te benoemen, in plaats van ze te laten zien.
Het wordt namelijk niet gewaardeerd als jij je boosheid uit door lichaamstaal in plaats van woorden. Het kan zelfs je baan kosten.

Dus we hebben ook geleerd uit te kijken wat je toont aan een ander. En niet alleen bij het werk, maar het is ook door gevloeid naar ons privé leven.
We uiten ons alleen bij specifieke personen, en bij anderen juist weer niet.
We stellen ons zelf veilig bij wat we laten zien, want we weten ook, dat mensen met problemen niet altijd welkom zijn.

Wat we ook doen met ons gevoel, is het proberen te omschrijven, het in kaart brengen van ons gevoel. Want als je zegt dat je boos bent, moet je ook woordelijk kunnen uitleggen waarom. En daar komt dan weer bij, dat iedereen andere normen en waarden heeft, waardoor iets wat jou raakt, een ander totaal niet zou raken.

We hebben het ons aardig ingewikkeld gemaakt. Als je zegt, ik vind mijn werk niet leuk, want zo voel ik dat, kan dit tot verschillende consequenties leiden.
Als jouw baas zo’n uitspraak niet goed vindt, kan hij je ontslaan.
Als je een baas hebt, die wat verder kan denken, zou je vragen, wat je precies niet leuk vindt aan je werk.
Je weet vaak van te voren niet hoe iemand reageert. Best lastig.

Een utopisch voorbeeld zou dan eigenlijk moeten zijn als volgt:
Je gaat naar je baas, en zegt dat je nu drie maanden het werkt doet, dat jij eigenlijk niet leuk vindt. Je merkt dit door het gevoel dat je krijgt, zodra werken in beeld komt. Je hebt geen zin om te werken, maar je doet het toch.
Je bent sneller moe, en daardoor humeurig.
Je baas vindt het niet leuk dat jij negatief veranderd door de werkzaamheden.
Dan vraagt je baas hoe hij/zij je het beste kan helpen. Wat zou je leuk vinden om te doen. Heeft het misschien met collega’s te maken. Kan hij/zij daarin iets voor je betekenen. Want, jouw baas wil gewoon dat jij een leuke tijd hebt, en dat je met plezier naar je werk gaat, dat je leuk met je collega’s kan omgaan, en dat je jouw werkzaamheden leuk vindt om te doen.

Dit werkt zelden. Het zal voorkomen, maar over het algemeen gaat het niet op deze manier. Je kan niet zomaar vrij uit met je baas praten over wat er scheelt.
En als het over collega’s gaat, wordt de drempel alleen maar hoger.
En als je al iets kan vertellen, dan let je heel goed op wat je zegt, want, je wilt toch je baan behouden. De arbeidsmarkt is overal het zelfde, dus of je werkt hier in de vervelende omstandigheden, of je werkt elders met vervelende omstandigheden. De kans dat je bij een uitzonderlijk bedrijf terecht komt, is zo goed als nihil. En je moet ook nog aan je pensioen denken, of tig andere redenen waarom jij werkt.

Dus hoe jij je voelt en wat jij daarover zegt kan verschillen. En dan kan het ook nog zijn, dat jij niet eens door hebt dat jij dat zo doet. Want we worden zo opgevoed. Ergens weet je het wel, maar het is een link die je niet snel legt.

Het vervelende van gevoel is, dat je het niet kan uitzetten. Je kan een tijd lang tegen jezelf zeggen, dat je gewoon moet doen wat je moet doen, en proberen het gevoel weg te drukken, maar het gaat je niet voor altijd lukken. Want we functioneren slecht als we ons niet fijn voelen. En het is moeilijk om te lachen als je niet blij bent. Het kost allemaal extra energie, en je bent dus snel moe.
Als we moe worden, willen we slapen, maar goed, dat kan niet, dus je wordt humeurig.

Eigenlijk liegen we best wel veel over ons gevoel. Het begint al bij elkaar begroeten. Hoe gaat het ermee? En het antwoord is altijd ‘goed’.
Als we iemand vragen of hij of zij gelukkig is, dan is het antwoord vaker ‘ja’ dan ‘nee’.
Waarom doen we dat? Wie beschermen we nu eigenlijk? Jezelf of de ander, of allebei? Wat doen we eigenlijk als we liegen. Wat willen daarmee bereiken.

Ik heb mezelf aangeleerd altijd te zeggen hoe ik me echt voel. Want zeggen dat het goed met me gaat, daarmee doe ik mezelf pijn. Want het is niet zo.
De laatste paar maanden gaat het beter, maar het is nog niet zo, zoals ik zou willen. Want ik voel me nog niet zoals ik zou willen.
En toch probeer ik het genuanceerd te zeggen. Ik zet geen boos gezicht op, of dat ik verdrietig kijk. Ik lach ook niet, maar probeer wel een vriendelijk gezicht op te zetten. Ik wil iemand niet afschrikken. Maar wil wel eerlijk zijn.

Als ik tegen iemand zeg, dat het goed met me gaat, dan wil ik iemand op afstand houden. De reden daarvan heeft te maken met de persoon die me vraagt hoe het met me gaat. Als je iemand bent, die al veroordeelt voordat je iemand ook maar gesproken hebt, dan zal ik jou op afstand houden. Een gesprek zal erg oppervlakkig zijn.
Sta je open voor oprechtheid, dan vertel ik je wel hoe ik me voel. Je hoeft er niets mee te doen. Het is gewoon al fijn, als je kennis neemt van mijn gevoel.

En hiermee komt ik bij de kern van waar ik het over heb. We nemen geen kennis meer van elkaars gevoelens. We hebben er niet de ruimte voor. We worden niet zo opgevoed. En als we ouder zijn, vinden we het lastig om dat te veranderen. Want ons gevoel vindt dat niet leuk, dat veranderen.
Hier ligt een nog niet gemiste kans. Want we kunnen elkaar helpen met het uiten van ons gevoel op een simpelere wijze, dan hoe we er nu mee aan het goochelen zijn. We kunnen aan elkaar toegeven dat het ongemakkelijk voelt om je emoties te uiten. We kunnen elkaar de ruimte geven om de emotie te uiten. We kunnen elkaar geruststellen.

Leg die mobiele telefoon maar weg. Zet de televisie even uit. Draai naar elkaar toe, durf elkaar in de ogen te kijken, geef elkaar de tijd en ruimte om erover te hebben. En het geeft niet of je het goed omschrijft. Help elkaar met het vinden van de juiste woorden om te omschrijven wat je voelt. En houdt het simpel.

Ik weet niet of er ooit een tijd komt, dat we openlijk durven laten zien, hoe we in ons vel zitten. We zijn al wel meer open dan vroeger. Maar er komen nog zoveel andere aspecten bij kijken. En aangezien maar een handje vol mensen mijn blogs lezen, zal mijn plannetje niet echt viraal gaan. Ach, dan gaat het maar wat langzamer. Onze gevoelens worden nu al gebombardeerd met sociale media, veranderende winkelcentra, functies die veranderen, regeringen die ons maar blijven bestoken met onafgewerkte wetten, en zo kan ik nog wel even doorgaan.
We leven in een rumoerige tijd. En misschien is dat wel juist nodig, om mensen anders te laten denken. Wie weet…

Met een gevoelsvolle vriendelijke groet,

Mel